De stilte doorbroken

In de laatste tien jaar zijn op de afdeling voor Kortdurende Klinische Psychotherapie (KKP) van de Oosthoek vierhonderd volwassen patiënten behandeld. Bij ongeveer dertig procent van hen is vastgesteld dat een of beide ouders betrokken zijn geweest bij oorlogshandelingen. Vaak gaat het hierbij om kampslachtoffers uit het voormalige Nederlands-Indië en Europa, in iets mindere mate om militair personeel en burgerslachtoffers. Een relatief grote groep betreft militairen die bij de strijd in Indonesië tussen 1945 en 1949 betrokken zijn geweest.

Enkele gedachten over hulp aan latere-generatie-oorlogsgetroffenen

In ICODO-info en in andere publicaties is al door diverse auteurs en ook door mijzelf (Filet, 1990) veel geschreven over ‘de tweede generatie’. Ik zal me h'er tot enkele punten beperken die in mijn ervaring steeds terugkomende knelpunten in de hulpverlening zijn, zowel vanuit hulpvragers als vanuit hulpverleners.

Ik versta onder latere-generatie-oorlogsgetroffenen niet alleen de mensen die na de Tweede Wereldoorlog werden geboren, maar ook de personen die de oorlog als kind doorkwamen, al dan niet samen met hun ouders, omdat beide categorieën een aantal problemen delen.

Dagen ver weg, en toch dichtbij

Vanuit wat een oorlog heet te zijn lopen er tal van draden naar latere tijden, latere jaren. In die tussenliggende periode vervlechten deze draden zich met elkaar. De invloed van wat een oorlog geweest is op iemands lotgevallen is, na tien, dertig, vijftig jaar nauwelijks te achterhalen.

For My Baby

Wat hier volgt zijn de openings-scènes uit mijn nieuwe film ‘For My Baby’. Hoofdpersoon is Daniel Orgelbrand, een stand-up comedian in Wenen. Zijn act heeft veel weg van een psychoanalyse en public. Zijn hele stijl, zijn levenswijze is gericht op hier en nu, en op al het lekkers dat nog komen gaat. Een leven zonder verleden, een bestaan zonder geheugen. En dus ontloopt Daniel zijn vader die hem een verhaal wil vertellen dat hij niet wil horen.

Na de Javazee

Niek Koppen (1956) Is regisseur van de film ‘De slag in de Javazee’ (1995), onlangs op het Nederlands Film Festival bekroond met een Gouden Kalf voor de beste lange documentaire. In de film doen overlevenden minutieus verslag van hun herinneringen aan de slag in de Javazee, die plaatsvond in de nacht van 27 februari 1942.

De buurman

Acht jaar geleden liep ik op de Rozengracht met mijn zoontje van een paar weken oud op mijn buik boodschappen te doen. Een klein mannetje kwam me tegemoet. Ik liep rustig te kuieren. Het mannetje hield in en zei: ‘Ik kan niet om jouw mooie ogen heen.’ Een onverwacht compliment van een lelijk meneertje.

We deden allebei of we elkaar niet kenden. Niets was minder waar. We waren net geen familie, maar daar was de afstand wel mee geschetst.

De tirannie verdrijven

I. Nationaal park

Een jaar na de val van de Muur sterft mijn vader. Thuis, in de armen van mijn broer.

‘Opa’s batterijtjes waren op.’

Het kwam niet onverwacht en toch ook weer wel. Soms, als zijn einde ter sprake kwam, zei hij, nogal pathetisch vond ik toen: ‘Als jullie een advertentie zetten, zet er dan bij dat ik drager was van het Verzetsherdenkingskruis. Dat is het enige waar ik trots op ben.’

De oorlog van mijn vader heeft mijn geloof versterkt

In de Tweede Wereldoorlog zijn in Nederland zo’n vijfhonderd Jehovah’s Getuigen opgepakt vanwege het uitdragen van hun geloofsovertuiging. Zij zijn op transport gesteld naar concentratiekampen als Sachsenhausen, Mauthausen en Buchenwald. Ben Bouter (1948) is zoon van een Jehovah’s Getuige die in diverse kampen gevangen zat. Hij is getrouwd, heeft drie kinderen en is als directeur werkzaam bij een uitgeverij. Hoe heeft de oorlog zijn leven beïnvloed 

 

Oorlog

 

Een duister dier

Het gebeurde een paar jaar geleden in de trein naar Parijs. Een reis waarin ik, loom weggezakt in de bank, met kleine slokjes drinkend van een hete espresso van een rijdende koffiebar, losraakte uit de gedachten en handelingen van alledag. Het winterse Noord-Franse landschap met zijn kale, eindeloos glooiende akkers en grauwe natuurstenen gehuchten vloog aan me voorbij.

Immer voorwaarts

Men had het oorspronkelijke geluid dat bij de beelden hoorde vervangen door het opmerkelijk langgerekt gezongen Ave Maria van Schubert. Ik zag hoe uit de ravage van de in puin geschoten markt van Sarajevo het lijk van een kind geborgen werd. Het was niet ouder dan drie, vier jaar toen de mortieren van de Serviërs insloegen. Het werd naar een kerkhof met talloze open groeven gebracht, in zwart landbouwplastic gewikkeld en uiteindelijk, beweend door vrouwen met in smart opengesperde monden, aan de rood besmeurde aarde toevertrouwd.

Pagina's