ARQ Kenniscentrum Oorlog, Vervolging en Geweld

Nederlands

Kinderen herdenken: Samenvatting onderzoeksrapport 1 & 2

Kinderen die in Nederland opgroeien hebben geen persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Ze groeien op in een andere tijd dan de ouderen die deze persoonlijke herinneringen nog wel hebben, een tijd met eigen trends en ontwikkelingen. Daarnaast hebben kinderen door hun jonge leeftijd andere interesses dan volwassenen. Deze zaken zijn allemaal van invloed op de manier waarop zij omgaan met het herdenken van de Tweede Wereldoorlog.

Wat doet herdenken met kinderen? Onderzoeksrapport deel 2

Het herdenken van de Tweede Wereldoorlog heeft een belangrijke plek in de Nederlandse samenleving. Hoewel het al bijna 75 jaar geleden is dat Nederland werd bevrijd, blijft de belangstelling voor de Nationale Herdenking op 4 mei groot. Uit diverse onderzoeken blijkt dat kinderen het herdenken van de Tweede Wereldoorlog belangrijk vinden (1, 2, 3). Toch is de algemene steun voor 4 mei onder kinderen lager dan bij volwassenen (2). Op veel scholen worden lesprogramma’s ingezet om kinderen te leren over de betekenis en inhoud van herdenken.

Hoe willen kinderen herdenken? Onderzoeksrapport deel 1

Kinderen die in Nederland opgroeien hebben geen persoonlijke herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog. Vergeleken met ouderen die deze persoonlijke herinneringen nog wel hebben, groeien ze op in een andere tijd, met eigen trends en ontwikkelingen. Daarnaast hebben ze door hun jonge leeftijd andere interesses dan volwassenen. Deze zaken zijn allemaal van invloed op de manier waarop kinderen omgaan met herdenken van de Tweede Wereldoorlog. Over het algemeen zijn herdenkingen jarenlang afgestemd op de aanwezigheid van de eerste generatie.

Nachtkaars

Ik herinner me een lach, een ingehouden slappe lach. Ik moet een jaar of zeven zijn geweest.
Het was 4 mei, eind jaren ’90. Ik zat bij mijn oom en tante op de bank toen de twee minuten stilte net waren begonnen. Vlak daarvoor zei mijn oom met strenge blik dat ik en mijn nichtjes en neefjes maar moesten denken aan wat opa en oma hadden meegemaakt. Dat we Indo’s waren wisten wij kleinkinderen dondersgoed, zo leerden we elkaar Indonesische  scheldwoorden, maar van de oorlog wisten we niets. Toen na de stilte het volkslied werd ingezet barstten wij in een daverend lachen uit.

Ouder worden met de oorlog: ‘Je hebt handen aan het bed nodig, maar ook oren’

Dit jaar publiceerde ARQ Kenniscentrum Oorlog, vervolging en geweld de handreiking en brochure Ouder worden met de oorlog. Ze zijn bedoeld voor alle verzorgers die met ouderen
werken die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt. In Impact Magazine enkele tips en ervaringen van deskundigen, die voor de handreiking zijn geïnterviewd, over het thema
ouder worden met de oorlog. 

Gemmeker: vader, opa en commandant van Kamp Westerbork

Ad van Liempt verdiepte zich jarenlang in Albert Konrad Gemmeker (1907-1982), die als commandant van kamp Westerbork tienduizenden Joden, Roma en Sinti de dood in stuurde. Met een kop koffie in een restaurant in Utrecht, vertelt Van Liempt over zijn onderzoek en hoe het voor hem was om te spreken met de dochters en kleindochter van de beruchte commandant. 

 

Over de liefde: bij het thema

Korrelige beelden verschijnen op het witte projectiescherm. Het zijn oude amateurbeelden van een bruiloft. Ik zie mijn opa en oma uit een huis komen. Ze stappen in een auto die hen naar de kerk brengt. Van de trouwmis zijn geen beelden, wel van het moment dat ze de kerk uit komen. Verpleegsters van het Rode Kruis vormen een erehaag; mijn oma was daar destijds actief als vrijwilliger.

De acteur en de generaal : de diensttijd van ... Pierre Bokma en Lex Oostendorp

De datum staat nog in hun geheugen gegrift : 4 januari 1977. Die dag moesten Pierre Bokma en Lex Oostendorp opkomen om hun dienstplicht te vervullen. Hun paden voor en na deze tijd verschilden aanmerkelijk, maar ze hebben altijd contact gehouden. Terwijl buiten het zicht op het water wordt vertroebeld door mist, halen de acteur en oud-inspecteur-generaal der Krijgsmacht in het restaurant van het Rott erdamse Hotel New York in hoog tempo herinneringen op. Bokma vertelt dat hij werd opgeroepen op de dag dat hij werd aangenomen op de Toneelacademie Maastricht.

In dienst van Mars en Clio: Interview met Piet Kamphuis, directeur van het NIMH

Tegen de duinen, aan de rand van de Haagse wijk Benoordenhout bevindt zich de Frederikkazerne. Een complex van traditionele kazernegebouwen en moderne kantoorfl ats waar burgers en militairen kriskras door elkaar lopen. In een van de hoge torens is het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) gevestigd. In een kamer gevuld met boeken, vitrines vol militaire memorabilia en het staatsieportret van koning Willem Alexander en koningin Máxima ontvangt Piet Kamphuis, directeur van het NIMH, zijn bezoekers. Hij is, zoals altijd, gekleed in beschaafd burgertenue van jasje en dasje. 

'Blijvende verbazing' : een gesprek met de Nederlandse hoogleraren militaire geschiedenis

Buiten de Schatkamer, de pronkzaal van het Nationaal Militair Museum vol oude uniformen, vaandels, schilderijen en documenten, staat een bordje: “Deze zaal is vandaag gesloten voor publiek.” Binnen gaat het over belangrijke zaken: Frederik heeft de vier hoogleraren en een voormalig hoogleraar militaire geschiedenis in Nederland uitgenodigd voor een gesprek over de stand van het vakgebied. Aan tafel zitten Herman Amersfoort, Petra Groen, Jan Hoffenaar,
Wim Klinkert en Ben Schoenmaker. Wordt dit gesprek een ware richtingenstrijd of zijn de vijf historici vredelievend en eensgezind? 

Pagina's