De emancipatie van de oorlogsgetroffenen

Jarenlang heeft men gemeend dat het verwerken van de Tweede Wereldoorlog vooral een probleem was voor de oorlogsgetroffenen. In de literatuur werden de gevolgen van het oorlogsgeweld beschreven als ziekteprocessen van individuele slachtoffers. Daarnaast werd veelvuldig de stelling verdedigd dat alleen specifiek deskundigen in staat waren de (psychotherapeutische) hulp aan deze bijzondere kliënten te geven.

De verschillende kategorieën oorlogsgetroffenen

Het aantal oorlogsgetroffenen dat nog steeds kampt met de lichamelijke en psychische gevolgen die samenhangen met hun oorlogservaringen loopt in de tienduizenden.

Dat het hierbij - zeker indien het begrip oorlogsgetroffene ruim wordt opgevat -om zeer grote getallen gaat mag blijken uit de prognose die door het Sociologisch Instituut van de Rijksuniversiteit van Utrecht in 1978 werd opgesteld. Geschat werd hoevelen uit de verschillende kategorieën oorlogsgetroffenen in 1985 en 1995 nog in leven zouden zijn.

Verzetsdeelnemers:

Het fenomeen jongenskampen: enige overwegingen en een herdenkingswoord van een voormalig geïnterneerde jongen

Vele gedachten en gevoelens komen op dit moment op

mij af zo vlak voor de onthulling van ons jongensbeeld.

Je gaat terug in de tijd en ziet weer wat er toen gebeurde in Indië in de kampen en de jongen die jezelf was - ook die ik was - en hoe je daar stond. Stond, zoals onze kunstenaar Anton Beysers dat heeft weten uit te drukken. Het is allemaal eigenlijk niet te verwoorden, alleen maar te voelen.

De tweede generatie

Dat de Tweede Wereldoorlog nog steeds doorwerkt, ook onder mensen die er niet bij zijn geweest, is duidelijk. Maar toen deze zomer bij de Europese voetbalkampioenschappen Duitsland van Nederland verloor, bleek dat op nog veel grotere schaal het geval te zijn dan ik had gedacht. De sfeer in Nederland was bijna alsof het voor de tweede maal bevrijding was. Tot in het absurde toe.

_Het zijn niet alleen de overlevenden, de verzetsmensen,

Oorlogskinderen en naoorlogse kinderen in het vrijwilligerswerk

Op eerdere Mitland-konferenties voor vrijwilligersorganisaties van oorlogsgetroffenen (zie ICODO-Info van september ’87 en maart ’88) is gevraagd om een bijeenkomst speciaal voor de jongere vrijwilligers. Op 23 september 1988 troffen oorlogskinderen en na-oorlogse kinderen uit de vrijwilligersorganisaties elkaar in Mitland.

’s Morgens hielden een oorlogskind en een na-oorlogs kind een inleiding over hun kijk op de samenwerking tussen ouderen en jongeren.

Partnergroep Indische kampkinderen

Onderstaand verslag van onze groep kwam tot stand bij de evaluatie van een serie gesprekken. Onze groep bestond uit personen, die leven met een ex-geïntemeerde van de Japanse kampen als partner. De ex-geïnterneerden zelf namen niet aan de gesprekken deel.

De deelnemers van deze gespreksgroep hebben elkaar gevonden toen zij, vaak na jaren van onverklaarbare spanningen in hun relatie, via huisarts of anderszins, hulp zochten en vonden bij de Stichting Pelita in Voorburg.

Een jaar lang kwamen zij tweemaal per maand in Voorburg bijeen.

Kampkinderen over hun partners en kinderen

Eén van de klachten van oorlogsgetroffenen is dat de ander niet wil of niet kan luisteren. Maar ligt dat wel zo eenvoudig? Welke signalen zenden kampkinderen zelf uit naar hun partners en kinderen en hoe reageren die daarop?

Komt het gesprek tussen het kampkind en de partner/kinderen over het oorlogsverleden niet op gang, omdat wezenlijke vragen hierover door het kampkind worden genegeerd? En als dat zo is, waarom?

-Het artikel ’Getrouwd met de oorlog’ van Paul de

Kinderen van kampkinderen

Transgenerationele traumatisering bij kinderen van hen die op jeugdige leeftijd in Japanse kampen waren geïnterneerd.

-Sinds een kleine tien jaar werk ik als kinderpsychiater in

het Juliana Kinderziekenhuis in Den Haag, zoals men weet een stad waar na de oorlog veel repatrianten uit het voormalige Nederlands-Indië zijn komen wonen. Soms woonden zij daar sinds enkele jaren, soms al generaties lang.

Aan de andere kant van de kawat

Dat honderdduizenden mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indië in kampen gezeten hebben, is algemeen bekend. Men ging er zelfs van uit dat alle Europeanen, of zij die Europees bloed in zich hadden, achter de kawat gezet waren. Dat gold niet alleen voor de mensen in Holland, maar -tot op zekere hoogte ~ ook voor de Indische Nederlanders zélf, heb ik gemerkt. Toch is een groep Indische Nederlanders (en ook statenlozen en soms mensen met een andere nationaliteit) buiten het kamp gebleven en wel door heel verschillende omstandigheden, die ik niet onder één noemer kan brengen.

Van ’Banzai' naar ’Bersiap’: Indische Nederlanders in ontreddering, 1942 - 1946

Het zal niemand verbazen dat het Japanse bestuur, na de capitulatie van Nederlands-Indië op 8 maart 1942, ertoe overging de burgerbevolking verschillende beperkingen op te leggen. Deels waren dit maatregelen die een repressieve achtergrond hadden, zoals het instellen van een avondklok en het opleggen van reisbeperkingen of het verbod om naar geallieerde radio-uitzendingen té luisteren. Deels waren zij ook voorboden van een opname van Indonesië in een door Japan te leiden Groot-Aziatische welvaarts-sfeer.

Indië moest daarom van haar Europese trekken worden Ontdaan:    de

Pagina's