Ervaringen van toen en nu : Gevlucht uit Indië en Syrië

 

Voor de een ligt de oorlog nog vers in het geheugen, voor de ander is de oorlog inmiddels zeventig jaar geleden. Samer (37) en Joty (90) verlieten het land waar ze zijn geboren en getogen. Op de vlucht voor oorlog en geweld. Op zoek naar veiligheid, vrijheid en hoop op een beter bestaan. Hoe hebben zij de draad in Nederland weer opgepakt? Hoe kijken ze terug op hun oorlogservaringen? Twee gesprekken over twee oorlogen in verschillende tijden, die toch raakvlakken met elkaar blijken te hebben.

 

Vlucht

 

Van Damascus naar Hoofddorp

Samer woonde met zijn vrouw en twee dochters in Damascus voordat hij naar Nederland kwam. Hij was een welvarend man met een eigen bedrijf. Begin september 2014 sloeg hij op de vlucht en enkele weken later kwam hij alleen in Nederland aan.

 

Het eerste jaar in Nederland zag hij alle uithoeken van het land. Hij woonde in zeven verschillende AZC’s: van Boedel tot Uithuizen. In februari 2015 kreeg hij een verblijfsvergunning en in juni van dat jaar, negen maanden na zijn plotselinge vertrek, kwam zijn familie over uit Syrië. In december 2015 kregen ze een woning toegewezen in Hoofddorp en daar wonen ze nu bijna twee jaar. Op Koningsdag 2016 wordt nog een zoon geboren.

 

Van Bandung naar Utrecht

Voor Joty ligt de oorlog veel verder achter haar dan voor Samer. Ze groeide op als dochter van een Hollandse vader en een Indische moeder nabij Cirebon op Java. Ze was de middelste van drie kinderen. Joty was pas 14 toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Als tiener bracht ze de oorlog grotendeels in Japanse interneringskampen door. Ook de chaotische Bersiap-periode maakte ze van nabij mee. Het waren verschrikkelijke jaren. Honger, geweld en vernedering heeft Joty aan den lijve ondervonden. Bovenal heeft ze gezien wat oorlog doet met mensen.

 

Na de oorlog haalde ze versneld alsnog haar HBS-diploma en kwam in 1947 als 19-jarige alleen naar Nederland om te studeren. Ze kende daar niemand, behalve haar jongere broer die haar was voorgegaan. Die aankomst was allereerst een shock, omdat nu pas de realiteit doordrong: ze stond er helemaal alleen voor.

 

De draad oppakken in Nederland

 

Vanaf nul beginnen

Ook Samer stond er in Nederland alleen voor. ‘Mijn hele leven lang heb ik van niemand geld gekregen. Ik heb alles zelf opgebouwd. Dat is mijn eer, daar ben ik trots op. Daar heb ik hard voor gewerkt. In Syrië had ik acht mensen in dienst, hier ben ik zelf op zoek naar werk. Het is moeilijk om hier vanaf nul te moeten beginnen.’ Zo vat Samer zijn situatie in Nederland samen. Hij spreekt vrijwel het gehele interview Nederlands dat hij nu intensief aan het leren is op een ROC. Het liefst wil hij zo snel mogelijk zijn eigen bedrijf beginnen. ‘Ik ga niet stil zitten; ik wil werken.’

 

Samer probeert contact te leggen met Nederlanders. Zo gaat hij iedere week klaverjassen en speelt tafeltennis in een vereniging. Maar het contact met zijn buurtgenoten gaat moeizaam. Hij voelt zich er niet gemakkelijk bij dat hij geld krijgt van de overheid en er niets voor doet. Tijdens het hele gesprek wordt duidelijk waar voor hem de pijn zit: het gebrek aan erkenning. Zijn zelfbeeld is diametraal veranderd van succesvol zakenman naar vluchteling die opnieuw kan beginnen. Dat hij door veel Nederlanders wordt weggezet als een handophouder doet hem pijn: ‘Ik wil tegen de Nederlanders zeggen: wij komen voor veiligheid, niet voor geld.’

 

Opnieuw beginnen

Joty had het geluk dat ze snel na haar aankomst in Nederland via een studiegenoot bij ‘mama De Jong’ in huis kwam, zoals Joty en haar broer de hospita liefdevol noemden. Zij ontfermde zich over hen: ‘Zij had een ontzettend groot invoelingsvermogen. Het was de eerste plek in mijn leven waar ik weer rust kreeg, na al die jaren van de kampen.’ Tezamen met de veilige, kleine studentengemeenschap waarin ze verkeerde, zorgde dit ervoor dat ze de blik op de toekomst kon richten. ‘Ik ben toen niet bezig geweest met die oorlog. Ik wilde leren, ik wilde leven. Ik wilde de oorlog achter me laten en opnieuw beginnen.’

 

Omgaan met de oorlog

 

Vooruit kijken

Voor Samer is de oorlog nog dagelijks onderdeel van zijn bestaan. Zijn familie die achterbleef – onder anderen een broer in Aleppo – zit er nog middenin. Het is lastig om daarmee om te gaan: ‘Ik heb veel van de oorlog gezien. Voor mijn twee dochters was het heel moeilijk. Elke dag hebben we bloed en dode mensen gezien, zelfs een raketaanval op een school waarbij veel kinderen werden gedood. Het eerste jaar hier in Nederland dacht ik altijd aan Syrië. Ik volgde constant het nieuws. Nu is dat minder. Ik wil er iets van maken hier. Als ik elke dag en ieder uur aan Syrië zou denken, kan ik hier niets doen. Dan zou ik iedere dag moeten huilen. Ik wil mijn gezin, mijn leven hier opbouwen. Ik kijk naar de toekomst. Ik zie dat ik dat moet doen om verder te komen.’

 

In zijn kennissenkring ziet Samer genoeg Syriërs die dat niet kunnen opbrengen. Die met hun gedachten nog volledig bij Syrië zijn. Zij kwamen rond dezelfde tijd als hij naar Nederland, maar spreken amper een woord Nederlands. Het is niet eenvoudig om de knop om te zitten zoals Samer het gedaan heeft: ‘Het is niet makkelijk om niet naar Syrië te kijken. Ik ben met mijn gedachten 50% daar en 50% hier. Dat moet om vooruit te komen.’

 

Confrontatie met de vijand

Joty begon weer meer over haar oorlogservaringen na te denken toen ze in aanraking kwam met de beweging Morele herbewapening (nu Initiatives of Change[1]). De filosofie van ‘verbeter de wereld begin bij jezelf’ sprak haar erg aan en dwong haar over haar eigen oorlogsverleden na te denken. ‘Dat is mijn redding geweest.’

 

Een keerpunt was de confrontatie met een Japanse delegatie tijdens een congres in het Zwitserse Caux in 1951. Joty kreeg de opdracht hen te ontvangen en weigerde in eerste instantie. Toen ging ze bij zichzelf te rade: ‘Wat wil ik doen met mijn leven? Wil ik boos en verdrietig blijven? Dan word ik verbitterd. Of ga ik een nieuwe weg zoeken?’ Ze koos voor het laatste en verwelkomde haar voormalige vijanden. Die confrontatie was moeilijk, maar werkte helend. Aansluitend besloot ze al haar oorlogservaringen op papier te zetten. Dit heeft haar enorm geholpen om onder ogen te zien wat haar is overkomen.

 

Vallen en opstaan

Aan haar oorlogservaringen heeft Joty een onverwoestbaar activisme overgehouden. ‘Ik kan gewoon ruiken en voelen waar onrecht is.’ Niet iedereen is in staat om er op zo’n manier mee om te gaan, ook in haar omgeving. Haar eigen broer Wim kampte zijn leven lang met oorlogstrauma’s. Onlangs ontdekte ze dat twee medebewoners van haar serviceflat in Wassenaar in hetzelfde Jappenkamp hadden gezeten als zij. Eén mevrouw is er vrij goed doorgekomen, net als zij, maar de ander niet. Zij ligt de hele dag op bed.

 

Joty heeft haar altijd geprobeerd bij zichzelf te rade te gaan. ‘Door eerlijk naar mezelf te zijn heb ik vrede gesloten met de Japanners en met de Indonesiërs. Het is mijn eigen methode om met de oorlog om te gaan. Met vallen en opstaan. Wij hebben geen coach, psycholoog of psychiater gehad. Wij moesten modderen om eruit te komen.’

 

Herkenning in twee verhalen

 

Samer en Joty hebben ieder voor zich manieren gevonden om met de oorlog om te gaan. Voor Joty heeft dat een leven lang gewerkt, bij Samer moet dat nog blijken. Zo verschillend als hun oorlogservaringen zijn; er zijn ook overeenkomsten in deze twee verhalen te ontwaren. Confrontaties in het land van aankomst, opnieuw moeten beginnen, vooruit willen kijken, verkeren in een omgeving waar anderen met oorlogstrauma’s kampen. Uit dit alles blijkt maar weer: omgaan met de oorlog is niet vanzelfsprekend. Iedereen moet zijn of haar weg daarin vinden – met of zonder hulp van buiten. Samer en Joty hebben laten zien dat je ondanks alle ellende de blik op de toekomst kunt richten. Dat zijn hoopvolle en inspirerende verhalen.

 

 Morele herbewapening is het geesteskind van de Amerikaanse predikant Frank Buchman (1878-1961).  Hij streefde een ideologie van verzoening na. Dat kon volgens hem als partijen zich in elkaars standpunten zouden verdiepen. Vanaf 1946 organiseerde de beweging jaarlijks conferenties in Caux. In 2001 veranderde de naam in Initiatives of Change. (www.iofc.nl)

Referentie: 
Ilse Raaijmakers | 2017
In: Impact magazine: over de psychosociale gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen, ISSN 2543-2591 | [1] | 4 | december | 21-23
https://oorlog.arq.org/impact-magazine-2017-no-4?position=1&list=88PNYRLKDW546vKqied0l690LfYpgKCBoAP4DjgZ6eU
Trefwoorden: 
asielzoekers, integratie, Nederlands-Indie, oorlog, psychotrauma, Syrie, verwerking, vluchtelingen