Tussen kunst en trauma

 

 

201 handgemaakte vazen voor 201 niet teruggekomen familieleden. Ze hebben allemaal een ander formaat, van klein tot groot, afhankelijk van de leeftijd van het vermoorde familielid. De vazen zijn blauw-wit gestreept, net als de kleding van de kampgevangenen. Het is een kunstwerk van Annette Rosen-Apotheker (1953), kind van Holocaust overlevenden. Pas jaren later kwam ze erachter dat haar moeder meer dan tweehonderd naaste familieleden had verloren in de oorlog, vermoord in de vernietigingskampen Auschwitz en Sobibor. ‘Zij zijn niet teruggekomen’ zei haar moeder vaak als het over familie ging. De betekenis en reikwijdte van die woorden drong pas veel later door. 

 

In augustus zie ik het kunstwerk als ik het Nationaal Holocaust Museum in Amsterdam bezoek. Curator Irene Faber gaf medewerkers van Stichting Arq een rondleiding door de tentoonstelling Kunst om niet te vergeten. Volgens Faber zijn de kunstwerken die daar worden tentoongesteld geen verwerkingskunst. In de tentoonstelling is het werk van 27 beeldend kunstenaars uit Nederland te zien die de Holocaust als thema hebben, waaronder Zij zijn niet teruggekomen (2014) van Rosen-Apotheker. Er zijn kunstwerken van zowel joodse als niet-joodse kunstenaars en van zowel mensen die de oorlog zelf hebben meegemaakt als van naoorlogse generaties die zich met de Jodenvervolging bezig houden. 

Terwijl ik de tentoonstelling bekijk, blijven de woorden van de curator me intrigeren. Is dit geen verwerkingskunst? Ik zie indringende schilderijen, beeldende kunstwerken, foto’s en videobeelden die zonder twijfel artistieke waarde hebben. Maar ik zie ook kunst die overduidelijk verwerkingskunst is. Een drieluik van Max Bueno de Mesquita (1913-2001) is nota bene geschilderd in het kader van een therapie die hij bij oorlogspsychiater Jan Bastiaans heeft gevolgd.  

‘Waarom mag het niet zo heten?’, vraag ik de curator aan het eind van de rondleiding. Ze is voorzichtig met de aanduiding ‘verwerkingskunst’, omdat veel kunstenaars die term zelf liever niet gebruiken. Ze zijn bang niet als volwaardig kunstenaar te worden gezien, dat het een devaluatie van hun werk inhoudt. De Holocaust is voor velen een deel van henzelf, iets dat onlosmakelijk met ze is verbonden. Maar ze zijn meer dan dat en in veel gevallen maken ze ook andere kunstwerken met andere thema’s.  

 

Is het nodig om over kunst als ‘verwerkingskunst’ te praten? In zekere zin is alle kunst ‘verwerkingskunst’. Zit niet in ieder kunstwerk een deel van de kunstenaar? Wellicht bevatten de woorden van kunstenaar Ronny Abram (1938-1999) een wijze les. In een live tv-uitzending met Paul Witteman in 1995 vertelt hij over zijn oorlogservaringen. Ik werd getroffen door de felheid van zijn woorden. Gevraagd naar zijn les van de oorlog zegt hij: ‘Ik zal nooit meer iemand voor mij laten bepalen of ik joods ben of wat anders. Dat bepaal ik zelf.’ 

 

 

Kunst om niet te vergeten was tot 16 september te zien. Het kunstwerk Zij zijn niet teruggekomen is inmiddels door het Joods Historisch Museum aangekocht en zal ongetwijfeld in de toekomst nog in Nederland te zien zijn.  

Referentie: 
Ilse Raaijmakers | 2018
In: Impact magazine: over de psychosociale gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen, ISSN 2543-2591 | [2] | 3 | oktober | 12
https://oorlog.arq.org/impact-magazine-2018-no-3?position=0&list=nZhmYIHESFBGHAOc5yVpRU_RAGz6W2nMJuESbudjLaQ
Trefwoorden: 
joden, kunst, musea, psychotrauma (nl), Tweede Wereldoorlog, verwerking