4 en 5 mei als immaterieel erfgoed : Column

Het lijkt bijna een trend: rituelen rondom herdenken en herinneren streven steeds vaker naar het predicaat ‘immaterieel erfgoed’. Naast de Nationale Herdenking op 4 mei en de Nationale Viering van de Bevrijding op 5 mei, die in 2019 gezamenlijk werden bijgeschreven in de Inventaris Immaterieel Erfgoed in Nederland, kregen ook de viering van het Leidens Ontzet en de Keti Koti-viering in Rotterdam een plek. Wat betekent het om ‘erkend’ te worden als immaterieel erfgoed? Waar liggen kansen, waar uitdagingen?

 

 

WO2 in 100 foto’s: een terugblik

Steeds vaker vormt publieksparticipatie een uitgangspunt voor projecten, tentoonstellingen en museuminrichtingen, zowel in Nederland als elders. Hierbij draait het erom het publiek uit te dagen om kritisch mee te denken. Maar in de praktijk blijkt het flink ingewikkeld het grote publiek ertoe te bewegen een actieve bijdrage te leveren. Bij het project De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s (www.in100fotos.nl) lukte het wel.

Tastbare herinneringen : De rol van materieel oorlogserfgoed Analyse

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, zet zich actief in voor het beschermen, beheren en toegankelijk maken van materieel erfgoed met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog. Dat erfgoed – van gebouwd erfgoed en archeologie tot cultuurlandschap en collecties – vertelt immers verhalen over wat er in Nederland tijdens de oorlog is gebeurd. Verhalen die blijvend opgetekend, bewaard, gekoesterd en doorgegeven moeten worden. Hoe ziet dat er in de hedendaagse erfgoedpraktijk uit?

 

 

Simon(e) van Saarloos : “Voor mij is verandering altijd gelieerd aan activisme”

“De meeste herdenkingsrituelen zoals ik die ken in Nederland, creëren geen vervoering. Je wordt niet opgezweept om te rouwen, ratelend te praten, te zingen of te dansen. Het draait om rust, ruimte en veiligheid. Een kaars branden in plaats van vuur.” Van Simon(e) van Saarloos (1990) mag het allemaal wel wat rumoeriger en activistischer. Een gesprek met haar – of hen, of hem; ze gebruikt het zelf door elkaar – over nieuwe manieren van herdenken en herinneren. 

 

Erfgoed ís verandering : Bij het thema

Een van de ogenschijnlijke charmes van geschiedenis is de houvast die zij biedt. Want is het niet het verleden dat ons zekerheid verschaft, afgezet tegen een onzeker heden en een onvoorspelbare toekomst? Niets is minder waar. Historische feiten mogen in beginsel onveranderlijk zijn, onze kijk erop bepaald niet. De zienswijzen waarmee wij de feiten en ontwikkelingen uit het verleden aanschouwen, blijken telkens buitengewoon fluïde.

 

Kleinkind van een dode kamer : Hervertelling van grootmoeders oorlogstrauma

Dichter Ellen Deckwitz werkte vijf jaar aan een dichtbundel waarin zij de oorlogsherinneringen van haar Indische grootmoeder vertaalde in een stromende mix tussen proza en poëzie. In Hogere natuurkunde laat zij zien in welke verscheidenheid aan vormen trauma’s nog generaties lang hun weg kunnen blijven zoeken.

 

 

De Eerste Wereldoorlog en de Verloren Generatie

Een hele generatie veteranen boog zich na de Eerste Wereldoorlog over de vraag hoe zij de gruwelijkheden moesten verwerken. De verwerking bleek vaak een worsteling. Hun geschriften zijn er getuigen van.

 

 

Column : Mijn vrijheid, jouw veiligheid

Bij veel initiatieven die ik in de aanloop naar het jubileumjaar 75 jaar vrijheid, tijdens conferenties, presentaties of online ben tegengekomen, staat het reflecteren op de persoonlijke betekenis van ‘vrijheid’ centraal. Met name wanneer deze initiatieven gericht zijn op jongeren. Wat is vrijheid, en wat betekent dat voor jou? Dat zijn vragen met een caleidoscopische veelheid aan mogelijke antwoorden, en die misschien juist daarom een tijdloze urgentie hebben.

 

Column : Aderlating

Eindstation Auschwitz, een heruitgave van het in 1946 verschenen boek van psychiater Eddy de Wind, stond begin dit jaar rond de bevrijding van Auschwitz volop in de belangstelling. De Wind overleefde Auschwitz en schreef kort na de komst van het Rode Leger maar nog binnen het prikkeldraad over zijn kampervaringen in een gevonden schrift. Het is een ooggetuigenverslag met literaire aspiraties, alleen al doordat De Wind het pseudoniem Hans gebruikt, hijzelf in derde persoon enkelvoud.

 

In gesprek met Roxane van Iperen : ‘Structurele onderdrukking is echt wat anders dan een virus’

Roxane van Iperen woont met haar gezin in ’t Hooge Nest, het huis dat in haar non-fictieboek met de gelijknamige titel centraal staat. Het is een huis met een bijzondere oorlogsgeschiedenis. Toen ze het huis kocht, wist ze hier niets van, maar na eerste vermoedens startte ze een zoektocht die eindigde in de eind 2018 verschenen bestseller. Het boek is inmiddels ook in het Engels en Duits verschenen en nog meer vertalingen en een verfilming staan op stapel.

 

 

Pagina's