Suïcide onder 10- tot 20-jarigen in 2017 : Een verdiepend onderzoek

In juli 2018 maakte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bekend dat het aantal zelfdodingen onder jongeren tot 20 jaar was toegenomen van 48 in 2016 tot 81 in 2017 [1]. In de jaren 2012-2016 overleden gemiddeld 51 jongeren door zelfdoding. Het ging om 4 zelfdodingen per 100.000 jongeren. De stijging in 2017 was zo zorgwekkend dat het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan 113 Zelfmoordpreventie heeft gevraagd een verdiepend onderzoek te doen naar de achtergronden van deze suïcides. Dit verdiepend onderzoek heeft niet tot doel de stijging in 2017 te verklaren. Daarvoor is onderzoek naar meerdere jaren en de inzet van controlegroepen nodig, iets wat niet mogelijk was binnen de beschikbare tijd. Het doel van dit verdiepend onderzoek is meer te weten over zelfdoding onder jongeren in Nederland. Als wij beter begrijpen welke factoren bij het overlijden van deze jongeren een rol speelden, kunnen wij praktische aanbevelingen voor betere suïcidepreventie onder jongeren doen.

Een diepgaand onderzoek naar jongeren die aan zelfdoding zijn overleden is nog nooit eerder in Nederland gedaan. Bovendien bleek uit dossieronderzoek van GGD-en (dossiers jeugdgezondheidszorg en forensisch artsen) dat de kwaliteit van de registraties onvoldoende is om tot aangrijpingspunten voor suïcidepreventie te komen [2]. Het is dus niet mogelijk om verdiepend onderzoek naar de achtergrond van de 81 suïcides te doen met bestaande bronnen. Dit voorliggende onderzoek bouwde voort op drie rapportages van 113 Zelfmoordpreventie die eerder verschenen over zelfdoding onder jongeren in 2017. Twee rapportages gingen over de sociaal-demografische kenmerken van de overleden jongeren in 2017 op basis van CBS microdata [1,3]. De derde rapportage is een voortgangsrapportage van het verdiepend onderzoek en beschrijft de opzet van het onderzoek en de knelpunten die we tegenkwamen in de wervingsprocedure van de nabestaanden [4]. 

Bij dit verdiepend onderzoek zijn veel partijen betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd door een projectgroep binnen 113 Zelfmoordpreventie, aangestuurd door een breed samengestelde werkgroep, onder leiding van professor Arne Popma. De begeleidingscommissie bestond uit experts en vertegenwoordigers van relevante veldpartijen, voorgezeten door professor Ad Kerkhof. Daarnaast lieten de onderzoekers zich adviseren door een klankbordgroep. In bijlage 1 staat een overzicht van de betrokken organisaties en personen die een klankbordgroep vormden. 

In 2018 telde het CBS 51 jongeren die overleden zijn door zelfdoding. Dit aantal is vergelijkbaar met het gemiddelde suïcidecijfer van de jaren vóór 2017. De komende jaren zal duidelijk worden of het hoge aantal suïcides in 2017 een eenmalige piek was. Feit blijft dat in Nederland gemiddeld 1 tiener per week overlijdt door zelfdoding. Daarom zijn passende acties nodig om suïcides onder jongeren in de toekomst vaker te voorkomen. 

De inhoud van het rapport is als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt de methode van het onderzoek uitgelegd. In hoofdstuk 3 worden de kenmerken beschreven van de onderzochte jongeren in aanvulling op wat we al weten uit de eerder beschreven CBS-data. In hoofdstuk 4 tot en met 11 worden de domeinen en thema’s van de interviews beschreven. Achtereenvolgens worden de patronen beschreven van de over leden jongeren binnen het kader van de adolescentie (hoofdstuk 4), hulpverlening (hoofdstuk 5), sociale media, games en online series (hoofdstuk 6), clusters van suïcides en imitatie (hoofdstuk 7), LHBT-jongeren (hoofdstuk 8), jongeren met een migratieachtergrond (hoofdstuk 9) en de laatste periode voorafgaand aan de zelfdoding (hoofdstuk 10). In hoofdstuk 11 worden de kernbevindingen beschreven, inclusief profielschetsen. Het rapport eindigt met hoofdstuk 12 waar conclusies worden getrokken en praktische aanbevelingen worden gedaan om suïcidepreventie bij jongeren te verbeteren [5]. 

In het rapport staan uitspraken die ouder(s) en andere deelnemers tijdens het interview hebben gedaan. Wij rapporteren deze uitspraken om de resultaten te verduidelijken aan de hand van de belevingswereld van deelnemers aan het onderzoek. Wegens privacy redenen zijn de uitspraken geanonimiseerd (‘Jongere’) zodat de uitspraken niet herleidbaar zijn tot een individuele situatie.

 



Geachte bezoeker,

De informatie die u nu opvraagt, kan door psychotraumanet niet aan u worden getoond. Dit kan verschillende redenen hebben, waarvan (bescherming van het) auteursrecht de meeste voorkomende is. Wanneer het mogelijk is om u door te verwijzen naar de bron van deze informatie, dan ziet u hier onder een link naar die plek.

Als er geen link staat, kunt u contact opnemen met de bibliotheek, die u verder op weg kan helpen.

Met vriendelijke groet,
Het psychotraumanet-team.


Referentie: 
Dr. Saskia Mérelle; Dr. Diana van Bergen; Elias Balt MSc; Milou Looijmans MSc; Dr. Sanne Rasing; Dr. Lieke van Domburgh; Prof. dr. Maaike Nauta; Onno Sijperda; Marlies Roosjen-de Feiter MSc; Wico Mulder MD; Dr. Renske Gilissen; Dr. Gerdien Franx; Dr. Daan Creemers; Prof. dr. Arne Popma | 2019
55 | Amsterdam: 113 Zelfmoordpreventie and Amsterdam UMC
https://www.113.nl/sites/default/files/113/113%20in%20media/Suicide%20onder%2010-%20tot%2020-jarigen%20in%202017%20-%20Een%20verdiepend%20onderzoek.pdf
Trefwoorden: 
adolescenten, cultuur, gender, hulpverlening, interviews, jongeren, media, methodologie, migratie, Onderzoek, zelfdoding, zelfmoord