Psychopathologie en terrorisme : Stand van zaken, lacunes en prioriteiten voor toekomstig onderzoek

Wat is de relatie tussen psychopathologie en terrorisme en waar moet toekomstig onderzoek zich op richten? In dit rapport zijn door middel van literatuuronderzoek, expertinterviews en een focusgroep vanuit verschillende invalshoeken meerdere deelvragen onderzocht, die gezamenlijk antwoord geven op deze twee hoofdvragen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoeken Documentatiecentrum (WODC, Projectnr. 2911), op verzoek van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V). Het onderzoek is uitgevoerd door onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam. 

 

Radicalisering en terrorisme zijn internationaal prominente maatschappelijke problemen. Er bestaan vele modellen die een radicaliseringsproces richting terrorisme trachten te begrijpen en te verklaren, zodat preventief beleid hierop kan inspelen en abnormaal gedrag dat uitmondt in terrorisme mogelijk kan worden voorkomen. In de wetenschap is er sinds de jaren zeventig aandacht voor de rol van één specifieke psychologische factor die bij een groot gedeelte van de bevolking voorkomt op microniveau: psychopathologie. In de beginjaren van dit onderzoeksveld werden psychopathologische kenmerken toegeschreven aan terroristen, zoals psychopathie (antisociale persoonlijkheid), narcisme, narcistische woede en paranoia. Hiernaast ontstond echter een visie, veelal gebaseerd op interviews met terroristen, waaruit bleek dat terroristen zelden psychopathologische kenmerken lieten zien.  

De bewijskracht van beide perspectieven schoot empirisch echter vaak te kort vanwege een gebrek aan statistisch en systematisch verkregen data, gevalideerde psychologische testen en diagnostiek, vergelijkingsgroepen en nuancering binnen groepen terroristen en vanwege diverse vormen van politieke en psychologische bias. Anno 2018 lijkt er wel onder experts een consensus te bestaan dat psychopathologie niet opzichzelfstaand kan leiden naar radicalisering of terrorisme en dus geen directe risicofactor is. Psychopathologie wordt echter wel vaak betrokken bij risicotaxatie-instrumenten. 

Een genuanceerder beeld is dus nodig om de relatie tussen psychopathologie en terrorisme beter te begrijpen voor gedegen case-management. Via de huidige verkennende studie is daarom getracht de volgende twee hoofdvragen te beantwoorden: 1) Wat is uit bestaand wetenschappelijk onderzoek bekend over de relatie tussen psychische stoornissen en radicalisering/terrorisme? 2) Wat is een relevante en haalbare onderzoeksagenda op dit terrein? Deze vragen zijn beantwoord aan de hand van een systematische literatuurstudie (PRISMA methode), interviews met academische (N=4), klinische (N=4) en praktijk (N=1) experts en één focusgroep (N=3).



Geachte bezoeker,

De informatie die u nu opvraagt, kan door psychotraumanet niet aan u worden getoond. Dit kan verschillende redenen hebben, waarvan (bescherming van het) auteursrecht de meeste voorkomende is. Wanneer het mogelijk is om u door te verwijzen naar de bron van deze informatie, dan ziet u hier onder een link naar die plek.

Als er geen link staat, kunt u contact opnemen met de bibliotheek, die u verder op weg kan helpen.

Met vriendelijke groet,
Het psychotraumanet-team.


Referentie: 
Norah Schulten, Bertjan Doosje, Ramón Spaaij en Jan Henk Kamphuis | 2019
79 pagina's | [Amsterdam] : Universiteit van Amsterdam
https://www.wodc.nl/binaries/2911_Volledige_Tekst_tcm28-373043.pdf
Trefwoorden: 
literatuuronderzoek, onderzoek, overzichtsartikelen, prevalentie, psychopathologie, radicalisering, terrorisme