Pessimisme en optimisme in de ama-opvang: zorgen over ama’s

Is het met het huidige vreemdelingenbeleid nog mogelijk verantwoord zorg te geven aan ama’s? Hoe kun je hen nog met goed fatsoen helpen? Die vragen hielden veel bezoekers bezig op het congres ‘Zorgen over ama’s' georganiseerd door Cogis, Pharos en FiCE NL (organisatie ter bevordering van internationale samenwerking in de jeugdzorg) op 7 december jongstleden.

Aanleiding voor de bijeenkomst waren de alarmerende resultaten van het recente onderzoek ‘ama’s en de ggz’ van Tammy Bean. De onderzoekster bij Centrum ’45 concludeert dat de geestelijke gezondheid van ama’s zorgwekkend is. Ze doet veel aanbevelingen om hierin verbetering te brengen. Bijvoorbeeld dat er veiligheid en stabiliteit moet worden gecreëerd in elke vorm van opvang voor ama’s.

In de praktijk gebeurt het tegenovergestelde, concludeerden deelnemers aan de paneldiscussie. Ama’s worden vaak overgeplaatst en krijgen niet de gelegenheid hun opleiding af te maken. Er wordt grote druk op ze uitgeoefend om terug te keren. En als ze eenmaal achttien jaar zijn, worden ze zonder pardon op straat gezet, terwijl hun leefgeld wordt ingetrokken. Dat laatste is wel de slechtste manier om jongeren tot terugkeer te bewegen, vond Ineke Ketelaar van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). ‘Je moet eerst een goed contact opbouwen en pas later over terugkeer praten. En of ze nu achttien zijn of niet, ze moeten hun opleiding kunnen afmaken.’ Zowel Paula Siemons van Nidos als Maarten van Beek van het COA vroegen begrip voor de beperkte mogelijkheden die het huidige asielbeleid biedt om ama’s goede zorg te geven. Siemons: ‘We weten nu al dat we een aantal aanbevelingen van Bean niet kunnen waarma-

ken. Binnen de bestaande beperkingen moeten we steeds opnieuw kijken wat er nog van te maken is. We hebben een goede samenwerking opgebouwd met ggz, COA en onderwijs. Samen moeten we een eind kunnen komen.’ Maarten van Beek benadrukte dat het COA werkt aan een ontwikkelingsgerichte opvang. En vanaf januari is er weer 24-uursbegeleiding in de ama-opvang. De zaal ontving deze ‘positieve boodschappen’ met merkbare scepsis.

Dilemma

Deze scepsis was er ook tijdens de workshop Methodische begeleiding van ama’s in opvang en woonvoorzieningen. Marianne Haspels

van PI Research zette hier uiteen hoe ze tot de methodiekontwikkeling kwam. De hoofddoelstelling van 1997 om te werken aan integratie van ama’s in Nederland was te hoog gegrepen, stelde zij. Daarom concentreert PI Research zich nu op de onderste twee treden uit Beans model voor getrapte zorg, te weten: het bieden van een vertrouwde en veilige leefomgeving en stabiliteit. Ook Haspels benadrukte dat die zorg geboden moet worden binnen de bestaande beperkte mogelijkheden. Maar zelfs in die context kun je betrokkenheid bij de begeleiders bevorderen, betoogde ze. ‘Hang foto’s van alle ama’s op een planbord met hun namen eronder. Een begeleider die een ama tegenkomt kan die dan in ieder geval persoonlijk groeten.’ Daar wrong nu juist de schoen, wierpen aanwezigen tegen. In een kleine wooneenheid (KWE) worden steeds jongere ama’s gehuisvest, jonger dan de oorspronkelijke leeftijdsgrens van zestien jaar. De begeleider komt maar een paar uur per week. ‘Wij laten onze kinderen van dertien, veertien jaar toch ook niet hele dagen aan zichzelf over?’ Haspels: ‘Als de leeftijdsgroep in de opvang verschuift, moet je de inhoud van de begeleiding herzien.’ Zaal: ‘Maar dat gebeurt niet. Jij past de normen aan aan de mogelijkheden, in plaats van andersom...’ Haspels: ‘We kunnen in de opvang nog een aantal mogelijkheden garanderen: betrokkenheid, transparantie.’ Ze erkende echter dat er een dilemma is: wat is nog ethisch verantwoorde zorg, in de gegeven omstandigheden?

Lonely Planet

Optimistischer was de toon op de workshop over het Utrechtse Gruttersdijk-project. Coördinator Niene Oepkes en maatschappelijk werker Ton van Bergeijk van VluchtelingenWerk Utrecht vertelden gedreven over dit opvangproject voor ex-ama’s. Opgezet met provinciale subsidie voor methodiekontwikkeling en gemeentelijke subsidie, omdat de gemeente Utrecht het geen goed idee vond om ex-ama’s op straat te laten zwerven. In een huiskamer met computers, een internetcafé, landkaarten van en Lonely Planets over de landen van herkomst bieden zij ex-ama’s begeleiding bij de besluitvorming over hun toekomst. Ze gaan ‘vindplaatsgericht’

te werk, en ‘plukken soms de jongeren van straat’, vertelt Oepkes. Ze begeleiden nu meer dan driehonderd ama’s, met ‘zes fte’. Ze pluizen het dossier van de ama uit, om te zien of er geen fouten in de procedure zijn gemaakt. Ze bieden de jongere hulp bij - bijvoorbeeld - het vinden van een sportclub. Ze geven groepsvoor-lichting. Zo bouwen ze een vertrouwensrelatie op. Over terugkeer zullen de begeleiders niet snel beginnen. Dat onderwerp komt vanzelf wel ter sprake. Dan wil een jongere graag eens lezen wat de Lonely Planet over het land van herkomst schrijft. En durft deze het zelfs aan om samen met een begeleider en een groepje landgenoten naar de ambassade te gaan.

Tot dusver hebben zesenveertig ex-ama’s alsnog een verblijfsvergunning gekregen, meldt Oepkes. En zestien zijn er teruggekeerd naar hun land van herkomst. De VNG en individuele gemeenten hebben veel belangstelling voor de aanpak. De komende tijd gaan er in tien a vijftien andere steden soortgelijke projecten lopen, hopen de mensen van het Utrechtse project. Gebeurt dat niet, dan eindigen veel ex-ama’s ongetwijfeld ‘MOB’ - met onbekende bestemming - in de illegaliteit.

Dit verslag is eerder verschenen op de website van Mikado, kenniscentrum interculturele geestelijke gezondheidszorg, www.mikado-ggz.nl, 15 december 2005.

VERONIQUE HUIJBREGTS is freelance

journalist.

Referentie: 
Veronique Huijbregts | 2006
Cogiscope : tijdschrift over gevolgen van oorlog en geweld, ISSN 1871-1065 | 3 | 2 | 1 | 26-28