Partnergroep Indische kampkinderen

Onderstaand verslag van onze groep kwam tot stand bij de evaluatie van een serie gesprekken. Onze groep bestond uit personen, die leven met een ex-geïntemeerde van de Japanse kampen als partner. De ex-geïnterneerden zelf namen niet aan de gesprekken deel.

De deelnemers van deze gespreksgroep hebben elkaar gevonden toen zij, vaak na jaren van onverklaarbare spanningen in hun relatie, via huisarts of anderszins, hulp zochten en vonden bij de Stichting Pelita in Voorburg.

Een jaar lang kwamen zij tweemaal per maand in Voorburg bijeen.

Tot hun verbazing (en opluchting!) bleek hoe langer hoe duidelijker, dat er een grote mate van overeenkomst bestaat in de probleemsituaties, die elk van hen met zijn/haar partner ervaart.

Inmiddels is gebleken, dat ook onder hulpverleners bekend is, dat veel partners van ex-geïnterneerden onder soms zeer moeilijke omstandigheden leven, zonder dat dat voor hun omgeving duidelijk is.

De deelnemers van genoemde gespreksgroep menen, dat zij hun bevindingen niet voor zich moeten houden. Met publikatie willen zij bereiken, dat andere partners, die in gelijke omstandigheden leven, via herkenning van de problematiek de weg vinden naar lotgenoten. Ook zij zouden dan door het uitwisselen van ervaringen de nodige steun kunnen vinden.

Met nadruk zij er overigens op gewezen, dat vele ex-geïnterneerden uit de Japanse kampen geen nadelige gevolgen hebben ondervonden van die periode uit hun leven. De omstandigheden waren, zoals bekend, per persoon en per kamp verschillend. Het verslag dient dus absoluut niet zo te worden gelezen, als zou ieder ’’kampkind” ooit problemen zoals hieronder omschreven veroorzaken of ondervinden. En ook gaat het beeld maar ten dele op voor diegenen onder hen, die hun problemen hebben onderkend, hun kampverleden alsnog hebben verwerkt en zodoende hun relaties konden verbeteren. Voor het overige spreekt het verslag voor zich. Wie behoefte mocht hebben erop te reageren kan zich wenden tot de begeleider van de groep, de heer R. Speyer, Vestalaan 37,3235 AS Rockanje (tel. 01814 -21.54 op werkdagen ’s middags tussen 2 en 5 uur).

_Deze algemene waarheid gaat zeker op voor ons, die

deelnamen aan de GESPREKSGROEP VOOR PARTNERS van van hen, die als kind in de Japanse interneringskampen voor het leven werden beschadigd.

Want wat geeft meer kracht en moed dan de ervaring bij elkaar gehoor te vinden na jaren van uitzichtloos tobben?

Verhalen kwijt te kunnen, die je zo hoog zitten, maar waarvoor iedereen de wenkbrauwen optrekt en die niemand ooit kan begrijpen?

-Wat een verhelderende openbaring, dat wij allemaal, die

samenleven met zo’n kampkind-van-weleer, dezelfde toestanden beleven, dezelfde woorden horen, dezelfde reakties zien, dezelfde spanningen voelen, en met dezelfde vragen zitten! De belangrijkste schrijven we hier op. Want er zijn vast en zeker vele partners/lotgenoten, die onze weg nog niet vonden. Zij zullen ze herkennen, er kracht uit putten, nieuwe partnergroepen kunnen vormen en daar begrip vinden voor hun situatie.

-Bijvoorbeeld die neiging van menig Indisch-kampkind-

van-toen om zich te isoleren en het gezin c.q. de partner in dat isolement te betrekken. Want veel vrienden en kennissen haken op den duur af vanwege het duidelijk voelbare spanningsveld rond de relatie, onderling en naar buiten toe.

_Ook zij - die andere partners - zullen niet begrijpen,

waarom er toch altijd sprake moet zijn van ’’schuld”. Ook zij zullen leven met die voortdurende verwijten, dag in, dag uit. Vele Indische kampkinderen trachten steeds eigen feilen of tekortkomingen op anderen te projekteren, vooral op de partners. Want aan henzelf mag toch niet al te veel mankeren?

_Wellicht hebben ook de andere partners wel eens verband

gezocht tussen die voortdurende sfeer van spanning, die ”hun” kampkind met zich meedraagt en dat kampverleden. En ook zij zullen dan ervaren hebben hoe dat met kracht werd en wordt ontkend: Aan mij mankeert niets! De energie, waarmee het kampkind de oorzaak uitsluitend buiten zichzelf zocht en zoekt! Immers, ziek zijn in hun kamp betekende: doodgaan. En die doodsangst gaat NOOIT over. Tenminste, zolang je alles ontkent.

_En, als de relatie met het kampkind niet allang is

stukgelopen, herkennen zij dan ook niet dat wurgende gevoel van tekortschieten, dat je wordt opgedrongen, de zuigkracht van die draaikolk, waaraan haast niet valt te ontkomen?

In de relatie met een kampkind is vaak stress en narigheid. Wanneer je je als partner zo moet inzetten om dat te kompenseren kom je nooit meer aan jezelf toe. Het is zoiets als: dweilen met de kraan open. Je hebt gewoon steun nodig. Maar van wie?

_Naar onze ervaring gedraagt het gefrusteerde kampkind

zich gespleten: geforceerd-normaal voor de buitenwereld, waarbij dat geforceerde alleen voor ’’insiders” herkenbaar is, en ongenaakbaar, spanningen ventilerend naar binnen toe.

Wanneer je dat niet tijdig doorziet, word je meegesleept in het isolement. Hoe kom je daar weer uit?

-Wanneer het gezin geïsoleerd raakt, hoe leren je kinderen

dan hun plaats te vinden in de maatschappij? Je kunt immers zelf op den duur eigenlijk alleen nog maar voorbeelden aandragen van non-relaties?

-Elke gezonde relatie is afhankelijk van wederzijds geven

en nemen. Als partner van een kampkind krijg je steeds meer de zekerheid, dat je de enige bent, die zich inzet om de harmonie in stand te houden. Hoe hou je dit vol?

-Hoe kun je in je gezin het opvoedingsklimaat gezond

houden met een partner, die niet kan omgaan met emoties, met warmte? Hoe moet je kinderen het begrip ’’liefde” duidelijk maken vanuit zo’n gevoelsgestoorde partnerrelatie?

-Hoe kompenseer je dat eeuwige gemis aan kontakt en

warmte in de relatie zonder je huwelijk in gevaar te brengen? Je probeert zo goed mogelijk de gevolgen op te vangen van dat gebrek, waaronder je partner toch zelf ook lijdt. Wanneer het nu echt uitzichtloos wordt, en als je het niet wilt opgeven, hoe kun je dan toch in evenwicht blijven?

-Al je aandacht is nodig om op tijd te kunnen bijsturen,

al je kreativiteit raakt geblokkeerd, je hebt geen rust meer, en toch moet je zorgen, dat je kinderen zo evenwichtig mogelijk opgroeien. Hoe leer je ze hun ouders te begrijpen?

_Indische kampkinderen, die hun problematiek intussen

wèl hebben leren verwerken, geven allemaal toe, dat ze altijd intuïtief spanningen hebben gevoeld, maar de oorzaak zelden of nooit in hun kampverleden hebben willen zoeken: ze waren destijds ’’veel te jong”.

_Uit het bovenstaande moge blijken hoe nodig het is voor

partners om ervaringen uit te wisselen. Om in een sfeer van begrip alle vrijheid te hebben soms zeer persoonlijke accenten te leggen. Om die verwarring, die onzekerheid, dat schuldgevoel samen te herkennen en te verwerken. Helderheid te krijgen, inzicht, zelfvertrouwen, zodat de situatie thuis beter te hanteren is.

Referentie: 
1988
In: Icodo Info , ISSN 0168-9932 | 5 | 4 | december | 30-32