Na de Javazee

Niek Koppen (1956) Is regisseur van de film ‘De slag in de Javazee’ (1995), onlangs op het Nederlands Film Festival bekroond met een Gouden Kalf voor de beste lange documentaire. In de film doen overlevenden minutieus verslag van hun herinneringen aan de slag in de Javazee, die plaatsvond in de nacht van 27 februari 1942. Een geallieerde vloot, onder leiding van de Nederlandse schout-bij-nacht Karei Doorman, voer uit om Japan te beletten op Java • het hoofdeiland van het toenmalige Neder-lands-Indië - te landen, maar werd in korte tijd vrijwel geheel tot zinken gebracht.

Door mijn vrouw, zij is Zweedse, ben ik me ervan bewust geworden hoezeer wij in Nederland nog met de Tweede Wereldoorlog leven. Als buitenlandse, opgegroeid in een land dat niet leeft met een erfenis van een recente oorlog, verbaasde zij zich er tijdens de eerste jaren van haar verblijf in Nederland over hoe vaak de oorlog in ons land nog ter sprake komt en bijvoorbeeld: hoe Nederlanders zich tegenover Duitsers gedragen. Het is niet slechts de generatie die de oorlog heeft meegemaakt die de nare herinneringen levend houdt maar ook onze leeftijdgenoten.

Tijdens het onderzoek voor het maken van een film bezocht ik overlevenden van de slag in de Javazee. Ik ontmoette Nederlanders, maar ook Amerikanen, Australiërs, Engelsen en Japanners. Velen van hen trof ik tijdens een reünie van overlevenden van een van de betrokken schepen. Dergelijke Javazee-reünies hebben tot op heden in Nederland nog niet plaatsgevonden.

Alle Nederlandse overlevenden die mij wilden ontvangen, zocht ik dus thuis op.

Regelmatig ontmoette ik een verbaasde blik als de voordeur werd geopend. ‘Ik had u veel ouder gedacht’, zei de gastheer dan. Men was verbaasd een dertiger te ontmoeten die geïnteresseerd was in hun verhaal.

Velen van mijn gesprekspartners beklaagden zich erover nooit aandacht te hebben gekregen voor wat zij hebben meegemaakt. Iemand vertelde me niet eerder over zijn ervaringen tijdens de slag in de Javazee en de daarop volgende jaren in het kamp te hebben gesproken. ‘Waarom heeft u dat niet gedaan?’, vroeg ik hem. Zijn antwoord was simpel: ‘Niemand heeft mij er ooit naar gevraagd.’

Tijdens het maken van de film is het mij opgevallen dat de slag in de Javazee elders beter verwerkt is dan in Nederland. Praten over de slag viel Nederlandse overlevenden vaak zwaar. Amerikaanse, Australische en Britse overlevenden leek het makkelijker af te gaan, mogelijk doordat de reünies hen gelegenheid hebben geboden met elkaar van gedachten te wisselen. Over je ervaringen praten lijkt in ieder geval een heilzame werking te hebben.

In mijn ouderlijk huis was de Tweede Wereldoorlog een onderwerp van gesprek. Mijn vader en moeder hadden be den de oorlog aan den lijve meegemaakt en hun twee zonen, geboren in 1952 en in 1956, wilden weten wat hun ouders die jaren hadden beleefd.

Toen de oorlog begon, waren mijn ouders getrouwd, maar niet met elkaar. Mijn vader, hij was mari neofficier, werd vanaf 1942 geïnterneerd in verschillende kampen in Duitsland en Polen.

Mijn moeder verloor haar echtgenoot tijdens de slag in de Java-zee en voor haar betekende de Japanse bezetting een verplicht verblijf van drieëneenhalf j aar in verschillende kampen op Java. Na de oorlog hebben ze elkaar in Nederland ontmoet en is het tot een huwelijk gekomen.

Op het bureau van mijn moeder stond de foto van haar overleden eerste echtgenoot en als kind werd ik door die foto gefascineerd. Mijn moeder vertelde ons wie hij was en hoe hij de dood had gevonden. Ze vertelde ons ook wat zij zelf in de oorlog had meegemaakt. Ze praatte daar niet vaak over en zeker niet met plezier, maar ze deed het wel. Pas tijdens het maken van mijn film ontdekte ik dat de slag in de Javazee een min of meer vergeten onderwerp in de Nederlandse geschiedenis is, ik was er immers mee opgegroeid.

In Amerika bestaat een vereniging ‘The Second Generation’, grotendeels bestaande uit kinderen van overlevenden van de slag in de Javazee. Ze onderhouden intensief contact met de eerste generatie en dragen ertoe bij dat de herinnering aan de oorlog blijft.

Tweede generatie? Daarmee worden toch mensen bedoeld, na de oorlog geboren, die zich om uiteenlopende redenen zelf oorlogsslachtoffer voelen?

Ik ben geen slachtoffer, integendeel. Mijn ouders hebben over de oorlog gepraat en ik kan slechts zeggen dat dat mijn leven heeft verrijkt. Ik heb met deze film nooit een oorlogsmonument willen scheppen. Of toch?

In december jl. was de film gereed. Na afloop van de eerste openbare vertoning, waar ik gevraagd was aanwezig te zijn, schoot een aantal mensen mij aan. Het waren merendeels kinderen van mensen die de slag in de Javazee hadden meegemaakt. Twee van hen hadden hun vader nooit bewust gekend. Er waren veel vragen, vaak van persoonlijke aard. Het werd mij opnieuw duidelijk dat ook degenen die daartoe wel de gelegenheid hadden gehad in veel gevallen niet met hun vader over de slag hadden gesproken. Nu was het voor hen te laat, vader was inmiddels overleden.

Voor sommige mensen is de oorlog nog steeds niet voorbij. Na afloop van een van mijn bezoeken bedankte de geïnterviewde man mij omstandig. Ik probeerde hem duidelijk te maken dat ik juist hem wilde bedanken voor de uren die hij mij had gegeven om zijn verhaal te vertellen. Daarvan wilde hij niet horen. Hij zei: ‘Ik ben nu voor de helft beter.’ Hier was iemand gekomen die een beroep op hem had gedaan om over zijn ervaringen te praten en hoewel ik alleen maar geluisterd had, had mijn bezoek hem duidelijk goed gedaan. ‘Waarom heeft u hier niet met uw kinderen over gesproken?’, vroeg ik hem. ‘Ik wil mijn kinderen er niet mee belasten ..."

Ik hoop dat zijn kinderen de film inmiddels hebben gezien. Misschien hebben ze hun vader nog wat te vragen.

Referentie: 
Niek Koppen | 1996
In: Icodo Info, ISSN 0168-9932 | [13] | 3/4 | 69-71