Herdenken en monumenten sterk met elkaar verweven: Verbinden van verleden, heden en toekomst

Op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties schreven twee medewerkers van Impact een visiedocument over de vraag of het zinvol zou zijn een monument op te richten voor brandweerlieden die door hun werk zijn omgekomen, zoals er ook eerder al een monument werd onthuld voor de politie. Op basis van dit document werd besloten dat het brandweermonument er gaat komen. Hier volgt een belangrijk deel van dit document: Wat doen we als we herdenken en welke rol spelen monumenten daarin?

 

Troost, erkenning en herkenning

Bij herdenken spelen monumenten en de bijbehorende ceremoniën een belangrijke rol. Deze functie is terug te vinden in de betekenis van het woord monumentum. Monumentum komt van het Latijnse werkwoord monere, wat wil zeggen: ‘onder de aandacht brengen’, ‘herinneren’, ‘vertellen over’. Een monument brengt iets of iemand onder de aandacht, herinnert aan iets of vertelt ergens iets over. Het houdt zo de herinnering levend aan iets of iemand, waarvan gevonden wordt dat het deze aandacht verdiend heeft (Butterfield, 2003).

 

Door zijn fysieke aanwezigheid helpt het monument om een belangrijke gebeurtenis of persoon een plek te geven in ons collectieve geheugen, voor nu en in de toekomst. Zo kan troost verkregen worden, maar dient het ook om de herinnering levend te houden, bijvoorbeeld door jaarlijks (gezamenlijke) herdenkingen bij het monument te houden. Door te herdenken kunnen consequenties uit het verleden worden getrokken, en blijft een aanklacht ‘levend’ (Post et al., 2002) . Overigens kan de specifieke aanklacht in de loop der tijd veranderen. Een voorbeeld hiervan is het standbeeld De Dokwerker in Amsterdam. Dit standbeeld, ooit opgericht ter herdenking van de Februaristaking van 1941, is symbool komen te staan voor een meer algemeen verzet van burgers tegen antisemitisme en nazisme.

 

De gemeenschap wordt door een monument geattendeerd op wat herdacht wordt, het appelleert aan een scala van emoties, waaronder pijn en verdriet, maar ook vreugde, trots en respect en bovenal erkenning (Post et al, 2002). Enerzijds gaat het dan om erkenning van verlies aan mensenlevens en het hieraan verbonden verdriet en lijden. Anderzijds heeft erkenning sterk te maken met respect. Dat- of diegene die met het monument herinnerd wordt, krijgt als het ware eeuwigheidswaarde. Doordat het er ‘voor eens en altijd’ staat, ontstaat een tastbare vorm van erkenning en respect voor alle betrokkenen bij de gebeurtenis. De geschiedenis wordt vastgelegd, ook voor het nageslacht. Zo zijn door de eeuwen heen vele monumenten ontstaan ter ere en herinnering aan oorlogsoverwinningen. Trots en respect voor de taken die met succes volbracht zijn worden hiermee tot uitdrukking gebracht.

 

Bij herdenken kunnen een aantal functies worden onderscheiden. Herdenken kan gezien worden als een vorm van verwerken bij ingrijpende, belangwekkende of emotionele gebeurtenissen: het overlijden van een dierbaar persoon, een natuurramp of een belangrijke overwinning (Van der Meiden, 2005). Het proces van verwerken en zelfherstel dat hierbij nodig is, kan plaatsvinden op het niveau van het individu, de familie, de gemeenschap of de natie. Herdenken kan ook therapeutische effecten hebben door (opnieuw) stil te staan bij onverwerkte gebeurtenissen uit het verleden (Bastiaans (1985).

 

De belangrijkste functie van herdenken is het aangaan van een verbinding. Een dergelijke verbinding kan op allerlei manieren vorm krijgen. Vanuit een tijdsperspectief wordt door te herdenken het verleden, heden en toekomst met elkaar verbonden. Het betekent dat in het heden samen wordt herinnerd en dat betekenis gegeven wordt aan wat gebeurd is in het verleden. Daaruit kunnen weer lessen worden getrokken voor de toekomst (Hopman, 2001). Door samen te herdenken ontstaat een sociaal platform voor rouwenden, of een ontmoetingsplek voor individuele getroffenen (Schreuder, 1995; Summerfield, n:995). Getroffenen komen samen, maar ontmoeten hier ook niet-getroffenen. Zo kan steun en ervaring uitgewisseld worden. Herdenkingen verbinden ook tegengestelde groepen, zoals jong en oud, en in bijzondere gevallen zelfs daders en slachtoffers. De Nationale Herdenking is een goed voorbeeld van een herdenking waarin een diverse groep mensen wordt samengebracht. Tenslotte worden overlevenden en overledenen tijdens herdenkingen vaak op symbolische wijze met elkaar verbonden. Deze verbindende kwaliteiten van gezamenlijk en publiekelijk herdenken bieden bovenal troost, herkenning en erkenning, dat zo belangrijk is voor betrokkenen in het proces van herstel.

 

<kad>mo-nu-ment (het ~en)

1 groot gedenkteken

2 beschermd of te beschermen overblijfsel van vroegere cultuur, nijverheid of wetenschap

her-den-ken (ov.ww., ook abs.)

1 de herinnering vieren, met name als nagedachtenis

2 in herinnering brengen => herinneren aan (Van Dale, 2007)

 

Cohesie bevorderen en uitdrukking geven aan het verlies

Een ceremonie biedt een kader waarbinnen emoties beleefd en zichtbaar gemaakt worden. Ceremoniën bezitten sterke rituele aspecten en bieden zo een structuur om met de chaos om te gaan die door de ingrijpende gebeurtenis is ontstaan. Die structuur houdt bijvoorbeeld in dat een aantal vaste onderdelen in een bepaade volgorde aan bod komen. Zo bestaan herdenkingsdiensten vaak uit een aantal vaste elementen: speeches, muziek of gedichten, kranslegging, en een moment van stilte. Een duidelijke structuur brengt vaak rust op een moment dat chaos alles lijkt te overstemmen en is zo een instrument om een gehavende gemeenschap samen te brengen en bijeen te houden (Post et al, 2002). Niet alleen vinden de individuele getroffenen elkaar bij een begrafenis of herdenkingsdienst, ook de niet-getroffenen zijn aanwezig en kunnen zo betekenisvol en ondersteunend voor de betrokkenen zijn (Scheff, 1977). Er wordt afscheid genomen van een geliefde, zodat aanvang kan worden genomen met een nieuw leven waarbinnen de dierbare niet meer fysiek aanwezig is. Het rouwproces na het verlies van een dierbare is een individueel lichamelijk, psychisch en spiritueel proces. Anderzijds speelt de sociale omgeving een belangrijke rol. Bovendien moet ook de sociale omgeving van de overledene, de naaste familie of betrokken gezin met het verlies leren omgaan (Boelen, Keijser, & Van den Bout, 1999; De Mönnink, 2000). Collectieven zoals gemeenschappen, naties, maar ook beroepsgroepen als militairen, politie of brandweer staan voor eenzelfde opgave. Ceremoniën en andere rituelen accentueren die belangrijke verandering en ondersteunen de afstemming van gedrag en emotie op een veranderde situatie. Kortom, ceremoniën kunnen cohesie bevorderen.

 

Daarnaast heeft een ceremonie een expressieve functie. De geboden veilige structuur maakt het betrokkenen mogelijk te focussen op het verlies of de gebeurtenis, en de erbij ontstane emoties te ervaren en te uiten. Diezelfde structuur helpt de emoties ook weer te reguleren of kanaliseren waardoor ze beter hanteerbaar worden, en het aanpassingsproces vergemakkelijken (Scheff, 1977; De Vries, 1996, Douglas, 2001). Doordat de ceremonie veelal een collectieve gebeurtenis is, kan de betrokkene erkenning en troost voor zijn verdriet van de groep of gemeenschap ontvangen.

 

De rituele kanten van ceremoniën zijn net als andere cultuuruitingen niet statisch maar dynamisch. Ze kunnen in de loop van de tijd veranderen. Post et al signaleren ‘emerging rituals’: rituelen waar aspecten van kerkelijke rituelen en seculiere rituelen samengevoegd worden (2002). Daarnaast ontwaren zij een opkomend repertoire dat bijvoorbeeld na rampen zichtbaar wordt, waarin steeds dezelfde elementen terug te vinden zijn, zoals hoog bezoek bij het rampgebied; een spontane hulde van bloemen, lichtjes, knuffels en briefjes bij de plek des onheils; de opening van een condoleance register of een speciale rouwadvertentie wordt opgesteld: oecumenische diensten; een stille tocht, een herdenkingsdienst met vlaggen halfstok en minuten stilte, het ritueel markeren van de onheilsplek, de jaarlijkse herdenking, en, tenslotte, de oprichting van een monument.

 

Nieuwe ontstaansgronden

Niet alleen rituelen kunnen veranderen, ook de reden voor het ontstaan van een monument kan verschillen. Oorlogsoverwinningen, maar ook pijn en leed als gevolg van oorlogen zijn vaak aanleiding. Tot in de kleinste dorpjes in Frankrijk zijn monumenten te vinden die de gevallenen herdenken, veelal militairen, als teken van verdriet, trots en respect voor hun getoonde inzet en levensoffer tijdens de beide wereldoorlogen. Ook ontstaan monumenten voor specifieke groepen binnen de bevolking die veel te lijden hebben gehad tijdens de oorlog en zo respect en erkenning krijgen. Bekend zijn de vele monumenten ter herinnering aan de holocaust. Sommigen zijn van zeer recente datum. Zo werd in 2005 in Berlijn, na een lange strijd om het ontwerp, het Holocaustmonument onthuld. Op landgoed Bronbeek in Arnhem staan verschillende monumenten voor uiteenlopende groepen mensen die in Nederlands-Indië of Azië tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen. Een ander voorbeeld dat we wereldwijd aantreffen is het Monument voor de Onbekende Soldaat, waar veelal bij herdenkingen een krans wordt gelegd. Monumenten ontstaan ter nagedachtenis aan slachtoffers van rampen, en voor de direct betrokkenen. In Zeeland, Zuid-Holland en Brabant zijn verschillende monumenten te vinden ter herinnering aan de watersnoodramp in 1953. Na de vliegramp in de Bijlmermeer ontstond in Amsterdam het monument De boom die alles zag. Ook na de cafébrand in Volendam en na de vuurwerkramp in Enschede zijn monument(en) opgericht. In het voorjaar van 2007 werd op het Spaanse eiland Tenerife - 30 jaar na dato - een monument en plaquette onthuld ter nagedachtenis aan alle overledenen en betrokkenen bij de grootste civiele luchtvaartramp ooit. Dit laatste voorbeeld maakt ook duidelijk dat de aandacht voor herdenken en monumenten dynamisch is.Monumenten ontstaan niet altijd direct na een ramp of oorlog. Soms gaan hier decennia overheen voordat alsnog een monument wordt opgericht of wederom gerestaureerd wordt.

 

Behalve naar aanleiding van een oorlog of ramp zien we tegenwoordig steeds vaker monumenten ontstaan na persoonlijke schokkende gebeurtenissen. Zo treffen we langs de weg regelmatig bermmonumentjes aan voor overleden verkeersslachtoffers. Daarnaast wordt het gangbaar een monument voor een groep mensen te ontwikkelen die een zelfde ervaring hebben meegemaakt. Zo is er sinds 2004 in Utrecht het Landelijk Monument Spoorwegongevallen opgericht voor allen die iemand verloren hebben bij een tragische gebeurtenis op het spoorwegterrein. Een ander voorbeeld is het donormonument dat binnenkort in Utrecht komt, als eerbetoon aan de duizenden mensen die organen hebben afgestaan na hun overlijden, en hiermee het leven van anderen wisten te redden. Ook beroepsgroepen vragen meer aandacht en erkenning voor hun specifieke werksituaties en de risico's die daaraan verbonden zijn. In Roermond werd in 2003 het Nationaal Monument voor Vredesmissies onthuld, waarmee militairen die bij vredesmissies zijn omgekomen of vermist, geëerd worden. In 2006 is in Warnsveld het landelijk monument van Politie Nederland, de Tuin van Bezinning geopend ter gedenking, bezinning en reflectie.

 

Dat de aanleiding tot de oprichting van een monument niet statisch is, beschrijft Van Vree (2005). In zijn analyse van het ontstaan van Nederlandse herdenkingsmonumenten na de bevrijding onderscheidt hij een aantal fasen. Tot de jaren ‘60 gaven de monumenten vooral de herrijzenis van Nederland weer. In deze ‘Wederopbouwperiode’ ontstonden monumenten die sterk de historische continuïteit van de natie benadrukten, en de oorlogsperiode als tijdelijke terugval. Dit kwam tot uiting in de symbolen zoals bijvoorbeeld de overwinningszuil, verbroken ketenen, vredesduiven, of feniksen. Tussen het midden van de jaren ‘60 tot ongeveer 1985 werd de herdenkingscultuur sterk beïnvloed door politieke en maatschappelijke veranderingen. Bestaande waarden en normen werden ter discussie gesteld, en er werd anders naar de oorlog gekeken. De focus kwam meer te liggen op het individuele slachtoffer. Pas nu kwam er aandacht voor het onbeschrijfelijke onrecht dat vervolgden was aangedaan en het leed dat hen had getroffen. Dat uitte zich in de monumenten die in deze periode het licht zagen. Het monument van Jan Wolkers uit z977 Nooit meer Auschwitz is daar een voorbeeld van. De gebroken spiegels van dit monument reflecteren een onherstelbaar beschadigde hemel. Van Vree geeft aan dat er een derde fase te identificeren is, die aanvangt na het midden van de jaren ‘80. Vanaf dit moment staan niet meer alleen de gevolgen van oorlog en oorlogsslachtoffers centraal. Er ontstaat ook ruimte voor waarden die gebaseerd zijn op de integriteit en de rechten van het individu. Het accent op deze min of meer universeel geldende waarden leidt ook tot een toename in aandacht voor de schaduwkanten van onze eigen geschiedenis. Uit deze ontwikkeling kwam in 2002 het Slavernijmonument voort in het Oosterpark in Amsterdam.

 

Vormen van monumenten

Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat monumenten niet in een vacuüm ontstaan, maar in een samenleving waarin maatschappelijke ontwikkelingen en de tijdgeest hun invloed doen gelden. Deze invloed doet zich gelden bij het ontstaan van de initiatieven om tot een monument te komen, maar ook heeft het invloed op de vorm waarin zij worden gegoten. In de loop der geschiedenis zijn dan ook zeer uiteenlopende monumenten ontstaan, gemaakt van verschillend materiaal. Monumenten uit de prehistorie bestonden uit niet veel meer dan grote onbewerkte keien en stenen. Veel later volgden monumenten als stenen beelden, obelisken en stèles. De afgelopen eeuwen ontwikkelde de mens ‘levende’ monumenten zoals parken, tuinen, planten, of wandelpaden en labyrinten (USDA, 2003). Combinaties van ‘levende’ en ‘dode’ monumenten komen nu vaak voor: bronzen of granieten monumenten krijgen dan bijvoorbeeld een plek in een park. Tegenwoordig spelen multimediale technologieën vaak een rol bij de vormgeving van een monument. Na 9/11 ontstonden tijdelijke en meer permanente her-denkingsmonumentjes, bestaande uit foto’s, geluidsartefacten, websites, weblogs, verhalen en interviews (Kirshenblatt-Gimblett, 2003). Op internet zijn diverse digitale monumenten te vinden. Een goed voorbeeld daarvan is het Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland (zie www.joodsmonument.nl), waarmee op zeer moderne wijze de herinnering levend wordt gehouden aan alle mannen, vrouwen en kinderen die tijdens de Duitse bezetting zijn vervolgd en die de Sjoa niet hebben overleefd.

 

Vromen beschrijft in haar artikel over het Vietnam Veterans Memorial in Washington D.C. hoe de ambivalentie rondom de oorlog in Vietnam tot veel discussie over het monument leidde (1995). Zou het monument de oorlog moeten vereren die tot zoveel tweespalt onder de bevolking had geleid? Of moest het monument recht doen aan de Vietnamveteranen, die bij terugkomst vaak verguisd werden? Ook de abstracte vorm en kleur leidden tot veel kritiek bij diegenen die met het monument de oorlog wilden gedenken. Zij vonden het niet heroïsch, heldhaftig en mannelijk. Het viel uit de toon bij de traditionele vorm van oorlogsmonumenten in Washington die figuratief, oprijzend en veelal van wit graniet waren gemaakt. Het Vietnam Veterans Memorial bestaat uit twee opstaande zwart granieten muren waarop de meer dan 58.000 namen van omgekomen of vermiste veteranen staan. Om tegemoet te komen aan de kritiek werd aan dit abstracte monument later een vlag, een beeld van drie mannen, en een drietal vrouwenbeelden toegevoegd (zie afb. pag. 16 en 20). Hoewel het Vietnam Veterans Memorial is verworden tot het meest bezochte monument van Washington, zijn het niet deze toevoegingen die de bezoekers raken. Het zijn vooral de zwarte muren die de vele bezoekers tot interactie aanzet en emotioneert. De namen worden gestreeld of nagetekend. Knuffels, vlaggen, bloemen en gedichtjes worden achtergelaten en elke avond verzameld, gearchiveerd en bewaard in het Museum of Archeological Regional Storage Facility in Maryland.

 

Voor het uiteindelijke ontwerp, de plaatsing en de feitelijke uitvoering wordt een beroep gedaan op verschillende groepen. Soms schrijft de overheid of betrokken groep een wedstrijd uit voor het ontwerp. Kunstenaars of betrokken burgers kunnen dan reageren of een commissie maakt een keuze. Ook komt het voor dat getroffenen, ofvertegenwoordigen-de organisaties, zelf een ontwerp aandragen voor een monument. Dit kan een intensief proces zijn: monumenten dekken nu eenmaal vaak een zeer belangrijke en emotionele lading. Het gaat veelal om intens beleefde emoties. Zowel de keuze voor de plek waar een monument komt te staan, maar ook de functie en vorm van het monument, kunnen aanleiding geven tot verhitte discussies.

 

Monumenten staan op uiteenlopende plekken: soms staan ze op drukke publieke plaatsen als pleinen en in parken, dan weer in rustige tuinen of op begraafplaatsen. Vaak worden monumenten (vlak) bij een plek des onheils geplaatst. Een recent voorbeeld is het monument De Schreeuw, dat in 2007 werd onthuld ter nagedachtenis van de vermoorde filmmaker Theo van Gogh. Het werd geplaatst in het Oosterpark in Amsterdam, op een steenworp afstand van de moord. Overigens kwam bij de plaatsing van dit monument nog een ander aspect naar voren dat van belang kan zijn bij de bouw van een monument: de uiteindelijke onthulling van het monument liep ruim een halfjaar vertraging op door een fout bij de aanvraag van de bouwvergunning. Bovendien probeerde een bewoner nog tot een week voor de onthulling de plaatsing van het monument via de rechter tegen te gaan. Het is dan misschien ook niet verwonderlijk dat Henneman, de ontwerper van De Schreeuw, de onthulling uiteindelijk vooral zag als ‘een eind aan allerlei ambtelijke beslommeringen. Maar meer ook niet’ (Het Parool, 18-03-2007).

 

Conclusie

In dit overzicht wordt duidelijk dat monumenten en herdenken al van oudsher sterk met elkaar zijn verweven. Veranderende maatschappelijke omstandigheden hebben invloed op aanleidingen om tot monumenten te komen, de vorm, de plek en de betekenis. Terwijl voorheen vooral monumenten werden gemaakt naar aanleiding -, en ter herdenking van oorlogen en rampen, lijkt het scala van aanleidingen zich tegenwoordig uit te breiden. Meer specifieke groepen, zoals slachtoffers van kleinschalige gemeenschappelijke, of individuele drama's, maar ook beroepsgroepen vinden erkenning in een eigen, nationaal, monument. Hoewel de uiteindelijke totstandkoming van een monument heel wat voeten in de aarde kan hebben, blijkt zijn waarde nog altijd groot. Monumenten en de bijbehorende ceremoniën bieden een uitgelezen mogelijkheid om verbondenheid, troost, respect, erkenning en trots te ervaren, zowel individueel als gezamenlijk.

 

Referenties

Bastiaans, J., ‘Isolement, bevrijding en herdenking’, in: Sfinx vol. 14 (1985) 3, pp. 38-44.

 

Boelen, P., J. de Keijser & J. van den Bout, ‘Determinanten van rouw’, in: J. van den Bout, P.A. Boelen, P. Kievit, J. Enklaar, M. Klaassen & E. van der Veen (red.), Sterven, uitvaart en rouw. Handboek voor begeleiding rond de dood (IV 2.1 1-24). Maarssen: Elsevier gezondheidszorg, 1999.

 

Butterfield, A., ‘Monuments and memories. What history can teach the architects at Ground Zero’, in: The new Republic vol. 3 (2003) febr., pp.27-33.

 

Digitaal Monument Joodse Gemeenschap in Nederland (2007). http://www.joodsmonument. nl/article-274281-nl.html

 

Douglas, M., Reinheid en gevaar. Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij het Spectrum, 1976.

 

Groot Woordenboek der Nederlandse taal. Utrecht/ Antwerpen: Van Dale. 2007.

 

Hopman, B., ‘De meervoudige betekenis van herdenken’, in: ICODO info vol. 18 (2001) 1, pp.6-20.

 

Kirshenblatt-Gimblett, B., ‘Kodak moment, Flashbulb memories: reflections on 9/11’, in:TDR / The Drama Review vol. 47 (2003) 1 (T 177), pp. 11-48.

 

Meiden, van der A., ‘Introductie’, in: W.D. Visser & W. Coster (red.), Herdenken en verwerken. Symposium over publiek geheugen en persoonlijke herinnering (pp. 10-11). Utrecht/Zwolle: Cogis/Historisch Centrum Overijssel, 2005.

 

Mönnink de H., Verlieskunde. Handreiking voor de beroepspraktijk. Maarsen: Elsevier, 2000.

 

Post, P., A. Nugteren & H. Zondag, Rituelen na rampen. Verkenning van een opkomend repertoire. Kampen: Gooi & Sticht, 2002.

 

Scheff, T.J., ‘The distancing of emotion in ritual’, in: Current Anthropology vol. 18 (1977) 3, pp. 483-490. Schreuder, J.N., Herdenken tussen herinnering en hoop. Toespraak bij de herdenkingsbijeenkomsten op donderdag 17 augustus in de Martinikerk te Groningen, 1995.

 

Summerfield, S., ‘Raising the dead. War, reparation and the politics of memory’, in: British Medical Journal vol 311 (1995) aug., pp. 495-497.

 

USDA Forest Service Living memorials Project Narratives. (2003).

 

http://www.fs.fed.us/ne/newtown_square/publica-tions/technical_reports/pdfs/2005/ne_gtr333B.pdf Vree, F. de, (2005). De kunst van herdenken. in: W.D. Visser & W. Coster (red.), Herdenken en verwerken. Symposium over publiek geheugen en persoonlijke herinnering (pp. 13-27). Utrecht/Zwolle: Cogis/ Historisch Centrum Overijssel, 2005.

 

Vries, M. de, ‘Trauma in cultural perspective’, in: B. van der Kolk, A.C. McFarlane & L. Weisaeth (Eds.), Traumatic stress. The effect of overwhelming experience on mind, body and society (pp. 399-413). New York/London: Guilford Press, 1996.

 

Vromen, S., ‘The Vietnam Veterans Memorial, Washington D.C.: commemorating ambivalence’, in: Focaal, Tijdschrift voor antropologie. Oorlog en vrede vol. 25 (1995) pp. 95-102

 

DRS. JOSÉE NETTEN is psycholoog en antropoloog.

DR. HANS TE BRAKE is psycholoog.

Beiden zijn werkzaam bij Impact, kennis- en adviescentrum voor psychosociale zorg na rampen.

Referentie: 
Josée Netten en Hans te Brake | 2009
In: Cogiscope: tijdschrift over gevolgen van oorlog en geweld, ISSN 1871-1065 | 5 | 3 | 16-22
Trefwoorden: 
herdenkingen, maatschappij, monumenten, Onderzoek