Een moderne sjamaan : Hoe Vedat Sar de ESTSS transformeert tot een slagvaardige, communicatieve organisatie

Afgelopen november hield de Nederlandstalige Vereniging voor psychotrauma (NtVp) in ede haar jaarlijkse -inmiddels zevende - congres. Naast de vele sprekers op het gebied van de psychotraumatologie was ook aanwezig prof. dr. Vedat §ar, de voorzitter van de ESTSS (European Society for Traumatic Stress Studies, het Europese overkoepelend orgaan op het gebied van posttraumatische stress). Tijdens het congres sprak Eli ten Lohuis met hem, niet alleen over de ESTSS, zijn voorzitterschap en zijn werk als psychiater, maar ook over zaken als identiteit en individualiteit in een moderne tijd.

Tijdens het goed bezochte NtVP-congres is Vedat §ar zeker niet de enige die in de pauzes al rondlopend voortdurend collega-wetenschap-pers aanspreekt en zelf aangesproken wordt. Wel is hij de enige die een handzaam reiskoffer-tje meetrekt, klaar om naar een volgend congres, een volgend overleg af te reizen om er contacten te leggen en te onderhouden met vakgenoten. Want, zo benadrukt hij meermalen tij -dens het interview, persoonlijke contacten tussen collega’s blijven cruciaal, ook in deze tijd van e-mail en videoconferen-ties. ‘Pas als je je collega ook daadwerkelijk ziet en hem of haar rechtstreeks spreekt over diens onderzoek, bijvoorbeeld, over resultaten of problemen daarbij, dan pas kan je echt goed ervaringen uitwisselen, kennis en expertise delen en overbrengen.’

§ar zegt dit niet alleen als wetenschapper op het gebied van de psychotraumatologie maar vooral ook als voorzitter van de ESTSS, een functie die hij sinds het voorjaar van 2013 bekleedt. Een van de praktische doelen die hij zich met deze Europese psychotraumavereniging gesteld heeft, behelst namelijk het kweken van een grotere onderlinge samenwerking tussen de verenigingen aangesloten bij de ESTSS. Door de snelle groei van de ESTSS - afgelopen jaar sloot Litouwen zich nog aan en traumaverenigingen uit Oekraïne en Griekenland staan op het punt lid te worden - is nauwere onderlinge afstemming nodig. Deze onderlinge afstemming is vooral ook uitdagend, omdat §ar een verschil in tempo constateert waarin de psychotraumatologie zich in de verschillende lidstaten ontwikkelt. Zo

hebben de Duitstalige landen, met hun vereniging met het grootste aantal leden, al veel bereikt, onder andere met het ontwikkelen van uitgebreide trainingsprogramma’s, maar er zijn ook landen die nog geen algemene psychotraumatologievereniging hebben. §ar wil nu ‘synchroniseren’, zoals hij het uitdrukt met een term uit de digitale wereld - een term die hij hier gebruikt voor zijn streven om alle landen gelijke tred te doen houden, om hen alle te laten profiteren van elkaars kennis, ervaringen en inzichten. Dit brengt de noodzaak met zich mee om te netwerken en op zoek te gaan naar de raakvlakken tussen de diverse psycho-traumaverenigingen. Niet dat het de bedoeling is de verschillen tussen hen weg te nemen. ‘Integendeel’, zegt §ar: ‘De enorme diversiteit aan culturen, aan ideeën en interesses, verzamelde kennis en organisatievormen vormt juist een grote rijkdom waar we uit moeten putten om de psychotraumatologie verder te ontwikkelen.’ Hier zet hij zijn toekomstvisie voor de ESTSS af tegen die van haar Noord-Amerikaanse tegenhanger (de International Society of Traumatic Stress Studies, ISTSS), die de ambitie heeft uit te groeien tot een mondiale traumaorganisa-tie. Volgens §ar een op zich nuttige ontwikkeling, maar hijzelf heeft een andere koers voor ogen met de Europese organisatie. ‘Eigenlijk bewegen wij ons in omgekeerde richting’, zegt hij met een glimlach. ‘Wij richten ons binnen Europa op onze raakvlakken om vandaaruit integratie te bevorderen binnen een krachtige, transnationale organisatie.’

Verandering binnen de ESTSS

De noodzaak tot netwerken komt ook voort uit het - versnelde - veranderingsproces waarin de ESTSS zich bevindt. Bij de oprichting in 1993 was zij een relatief kleine organisatie, maar onder andere de groei van de laatste jaren maakte verandering nodig, bleek onder meer uit de feedback van de leden. De missie van de organisatie, haar stijl van werken, maar ook haar imago is opnieuw aan de orde gesteld. ‘Het is duidelijk dat we niet het werk dat veel nationale en lokale organisaties al prima doen, moeten overnemen’, zegt §ar, ‘maar er zijn ook zaken die zij niet voor elkaar kunnen krijgen. Ieder voor zich hebben zij weinig in te brengen bij regeringen of de Europese Raad, maar via een overkoepelend, onafhankelijk orgaan als de huidige ESTSS kan wel wat bereikt worden.’ Deze nieuwe rol van de ESTSS als belangenbehartiger en vertegenwoordiger wordt volgens de

voorzitter door de leden zeer gewaardeerd. De ESTSS ondersteunt en geeft richting, en is daarmee van toegevoegde waarde voor de professionals in het veld. ‘Maar’, voegt hij eraan toe, ‘we kunnen deze rol alleen vervullen met hulp en input van de leden zelf.’

De Nederlandstalige Vereniging voor Psychotrauma

Een van die leden van de ESTSS is de NtVP, op wier congres we te gast zijn. §ar is vol waardering over de rol van Nederland binnen de internationale psy-chotraumatolo-gie en over de NtVP, de op een na grootste vereniging binnen de ESTSS, met een nog steeds groeiend ledental. ‘Nederland is misschien niet het meest getraumatiseerde land ter wereld’, zegt hij, ‘maar het kent wel een rijke traditie op het gebied van de psychotraumatologie.’ Belangrijk daarbij is dat men bij het ontplooien van kennis en vaardigheden niet aan fragmentatie ten prooi is gevallen door zich op een beperkt aantal specialisaties te richten met uitsluiting van andere aandachtsgebieden. In plaats daarvan heeft men via hoogwaardig onderzoek het overzicht over het hele veld weten te behouden. Hij noemt de NtVP hierin ‘exemplarisch’ voor andere ESTSS-leden, en concludeert dat Nederland op de goede weg is.

De psychotraumatologie moet ervoor beducht zijn dat zij niet gemarginaliseerd wordt

 

Middelmatigheid en oppervlakkigheid

 

§ar noemt ook een aantal gevaren en problemen waarmee de ESTSS, en het vakgebied van de psychotraumatologie als zodanig, geconfronteerd worden. Veelal zijn die terug te voeren op de middelmatigheid en oppervlakkigheid die hij signaleert als kenmerkend voor onze tijd, en waarover hij meermalen zijn afschuw uitspreekt. Zo moet de psychotraumatologie ervoor beducht zijn dat zij niet gemarginaliseerd wordt.

§ar    refereert

hier aan de onderlinge wedijver tussen de verschillende takken en stromingen binnen de (medische) wetenschap om hun bestaansrecht aan te tonen. Zou de psycho-traumatologie genoodzaakt zijn aan een dergelijke strijd mee te doen, dan loopt zij het gevaar (financieel) aan het kortste eind te trekken. Het vak kent nu eenmaal een aantal kanten die haar positie verzwakken ten opzichte van traditionele medische systemen: het werk vergt een hoge kwaliteit en bijzondere inzet van de beoefenaren, en therapieën zijn vaak duur en langdurig. §ar betreurt niet alleen dat er veel energie gaat zitten in het verdedigen en veiligstellen van zijn vakgebied, maar vooral dat traditionele medische systemen met strikte regels qua tijdsduur en kosten, en met vastgestelde medicatieverstrekking, voorrang lijken te krijgen op de politieke en dus financiële agenda. ‘Maar trauma kan nu een-«

maal niet “eenvoudig” met medicatie worden aangepakt, de behandeling ervan is verfijnd en valt buiten de mainstream. Tegenwoordig echter lijkt middelmatigheid het te winnen van kwaliteit en verfijning’, zegt §ar spijtig, ‘waarmee de psychotraumatologie in een gevaarlijke positie kan belanden.’ En dat stelt volgens hem de bevolking en de volksgezondheid bloot aan gevaar, zeker nu de posttraumatische stressstoornis (PTSS) een van de meest voorkomende psychische stoornissen blijkt te zijn. Een onbehandeld psychotrauma zal zich opnieuw manifesteren en kan zich uiten in (huiselijk) geweld, kindermishandeling of suïcide. ‘Problemen die geen zaak zijn van de politiek of de sociologie, maar die je moet oplossen via de psychologie’, aldus de voorzitter van de ESTSS, die zichzelf hiermee een duidelijke opdracht oplegt.

Een ander probleem dat §ar signaleert is meer vakinhoudelijk, en illustreert eveneens zijn angst voor middelmatigheid en oppervlakkigheid. Het baart hem zorgen dat de term ‘trauma’ tegenwoordig te makkelijk in de mond genomen wordt en daarmee iets oppervlakkigs krijgt.

Tevens is hij van mening dat een behandelaar zich niet moet beperken tot het aanpakken van de problemen voortkomend uit het psychotrauma: een beperking die een miskenning van de patiënt is. Beter is het ook aandacht te besteden aan de subjectieve aspecten van de conditie van de patiënt, aan zijn innerlijke wereld. Hier spreekt §ar als psychiater de hoop uit dat de Europese psychotrauma-tologie erin zal slagen te komen tot nieuwe en betere inzichten in de werking van de menselijke geest en een wetenschappelijk model op te stellen dat deze verklaart. Hierbij zou men zeker elementen moeten betrekken uit de filosofie en de psychotraumatologie, maar dit wetenschappelijk model moet ook aandacht besteden aan het gebied waar individu en maatschappij elkaar ontmoeten.

 

De universele mens: iedereen is eender

‘Mijn studenten van de medische faculteit in Istanbul waren altijd heel verbaasd als ze zagen hoe snel een getraumatiseerde patiënt bij een juiste benadering weer opleefde’

 

 

Voortbouwend op zijn stelling dat de behandeling van de patiënt gericht te dient te zijn op diens innerlijke wereld, zet §ar zijn persoonlijke filosofie uiteen. Het is zijn overtuiging dat alles draait om de individuele, eigen identiteit van de mens, waar deze een evenwicht moet zien te vinden tussen wat §ar het sociologische zelf en het psychologische zelf noemt. Een al te grote identificatie met deze sociologische identiteit, waaronder ook aspecten als cultuur en etniciteit vallen, kan volgens §ar een zeer kwalijk effect hebben. Zo kan het sociologische zelf niet alleen een schild worden dat trauma verhult, maar een (veel) te grote mate aan sociologische identiteit kan ook iemands individuele zelf verdringen.

 

Hij neemt dit onder andere waar bij IS-strijders. ‘Zij hebben zo veel aan sociologische identiteit dat ze geen individuele identiteit meer hebben’, legt hij uit, ‘en dan is het effect kwaadaardig.’ Een balans tussen de twee acht hij ideaal. Zijn standpunt is ook opmerkelijk omdat hij ook beweert dat etniciteit slechts één aspect is van deze sociologische identiteit. ‘Ik realiseer me dat het thema etniciteit gevoelig ligt in Europa, maar ik ben ervan overtuigd dat het slechts één facet is. Als student medicijnen leerde ik dat mensen fysiologisch gezien in principe allemaal hetzelfde waren, en dit idee nam ik mee toen ik vervolgens psychiater werd. Eigenlijk vind ik dat alle mensen eender zijn, in fysiologisch opzicht maar ook in psychisch opzicht. Er is een universele psychologie zoals er ook een universele fysiologie is.

En als je verder kijkt dan de verschillen, zie je dat het eender-zijn ook psychologisch groter is dan het verschillend-zijn. Het is mijn ervaring dat mensen het prettig vinden als je ze vanuit dat universele benadert.’

Een moderne sjamaan

Gevraagd hoe hij de annalen van de ESTSS in zou willen gaan als zijn voorzitterschap er deze zomer op zit, denkt §ar even na, lacht dan en zegt: ‘Mijn studenten van de medische faculteit in Istanbul waren altijd heel verbaasd als ze zagen hoe snel een getraumatiseerde patiënt bij een juiste benadering weer opleefde, hoe snel er een verandering ten goede kon optreden. Dat waren ze als medische studenten niet gewend, en dus schreven ze een en ander toe aan mijn “bijzondere krachten”. Zo is mijn bijnaam “sjamaan van de moderne tijd” ontstaan.’ Zelf gelooft hij dat hij een verschil kan maken voor de ESTSS als organisatie, dat hij zijn belangrijkste doelen van meer communicatie en integratie kan bereiken, en gegeven zijn reputatie, lijkt daarmee geen woord te veel gezegd.

www.estss.org

ELI TEN LOHUiS is schrijfster en vertaalster.

Referentie: 
Eli ten Lohuis | 2015
In: Cogiscope : tijdschrift over gevolgen van oorlog en geweld, ISSN 1871-1065 | 12 | 1 | april | 11-14
https://oorlog.arq.org/sites/default/files/domain-50/documents/cogiscope_2015_-_1-50-1498723498743998209.pdf
Trefwoorden: 
cultuurverschillen, Europa, identiteit, internationale organisaties, Nederland, Posttraumatic Stress Disorder (PTSD), Posttraumatische Stressstoornis (PTSS), psychiaters, psychotrauma, psychotraumatologie, Psychotraumaveld, PTSD, PTSS, verenigingen