Dubbelzinnig monument in Berlijn

De weg van een idee voor een monument naar de onthulling ervan is nogal eens bezaaid met obstakels. Dat is ook gebleken in Duitsland bij de totstandkoming van een monument ter nagedachtenis aan de 4,2 miljoen in Duitse kampen omgebrachte Europese joden. Historicus James Young noemde al in 1997 het jarenlange debat over het monument, een monument op zichzelf. Rianne Heijmans bezocht het nieuwe gedenkteken in Berlijn en beschrijft haar bevindingen.

 

Informeer het publiek, maar laat deskundigen het onderzoek doen en de beslissingen nemen, was het advies van Annet Mooij aan de Raad voor Cultuur als het gaat over monumentenbeleid en omgang met 'omstreden erfgoed'. Wellicht was het ook een goed advies geweest voor Duitsland, waar initiatiefnemers, betrokkenen, voor- en tegenstanders vanaf 1989 in een lange en verbitterde strijd raakten over het plan een holocaustmonument op te richten. Weliswaar ging het in dit geval niet om omstreden erfgoed, maar kennelijk wel om een omstreden plan, want om werkelijk elke beslissing met betrekking tot de locatie en het ontwerp is gevochten.

 

Op een oproep voor een ontwerp van een holocaustmonument in 1994/1995 kwamen wel 528 inzendingen. Keus genoeg zou je denken, maar de voorstellen waren kennelijk zo pompeus dat de in Duitsland geaccepteerde Duits-Israëlische gesel van het Duitse geweten, de schrijver Henryk Broder, de inzendingen als volgt samenvatte: 'Als het om joden gaat, besparen Duitse instituties zich kosten noch moeite. Of het nu gaat om het vermoorden of om het herdenken van de vermoorden, het doel wordt geestdriftig, taai, standvastig en met voorkeur voor het gigantische aangepakt.'  Na een geheel nieuwe ronde durfde men gelukkig in het ontwerp van de New Yorkse architecten Peter Eisenman en Richard Serra te geloven. Ondanks dat Eisenman het eerste ontwerp (toen nog samen met Serra, die zich later terugtrok) heeft moeten bijstellen, kwam het niet tot een slap compromis. Het resultaat mag er zijn, zeker als je het vergelijkt met de uitvergrote replica van 'Mutter mit totem Sohn' van Kathe Kollwitz (1867-1945), dat in 1993 dienst ging doen als nationaal monument voor de slachtoffers van oorlog en dictatuur. Het intieme beeldje van Kollwitz uit 1937 van 38 cm hoog werd voor dit doel buitenproportioneel opgeblazen en geplaatst in de Neue Wache aan de boulevard Unter den Linden in het centrum van Berlijn. Aan dit monument ging een veel kortere beslissingsprocedure vooraf: toenmalig bondskanselier Kohl koos het beeld zelf. Hierdoor was er geen gesteggel met 'lastige' kunstenaars en geen gedoe met formuleringen voor een opdracht. Of deze snelle procedure ten goede is gekomen aan de functie die het monument moet vervullen, lijkt me discutabel. Dit tot monstrueuze proporties opgeblazen beeld doet mij eerder denken aan Boeddha. De intimiteit van het leed van een moeder die treurt om haar gesneuvelde zoon is verdwenen.

 

Iedereen heeft inmiddels wel notie genomen van het op 10 mei van dit jaar geopende holocaustmonument en weet ongeveer hoe het eruitziet; een immense vlakte met veel grote rechthoekige grijze blokken van afwisselende hoogte waar je tussendoor kunt lopen. Volgens Eisenman een grafheuvel met labyrint die een gevoel van eenzaamheid en desoriëntatie moet opwekken, wat verwijst naar de verschrikkingen die joden zijn aangedaan. De opvattingen in de kranten lopen uiteen van 'Denkmal mit stilles eindringliches Botschaf tot 'een verschrikkelijk duur niets.’

 

Bij een bezoek aan Berlijn stuitte ik vrij onverwacht op het monument en kon ik mijn eigen ervaring opdoen en eigen gedachten vormen over dit zo controversiële monument. Ik was echt verrast en getroffen. Het was veel minder lelijk kolossaal en terneerdrukkend dan ik me had voorgesteld. Alles in Berlijn heeft namelijk enorme afmetingen. Kennelijk accepteer je de Berlijnse proporties al als je een paar uur in deze stad bent en vergeet je de Nederlandse Madurodamse maat. Het monument is aan de buitenkant speels en spannend. Het had kunnen uitnodigen tot een speeltuinachtige tocht door een doolhof, ware het niet dat de blokken dieper het veld in verontrustend hoog werden (de hoogste gaan tot 4,7 meter) en me juist deprimeerden. Ik bleef aan de rand en liet het veld en de omgeving op me inwerken. Ondoordacht klom ik zelfs op een laag blok om een foto te maken.

 

Vriendelijk werd ik door een bewaker terechtgewezen, waardoor ik me beschaamd realiseerde dat meer piëteit gepaster zou zijn geweest. Het ging hier immers om een monument met een ernstig thema. Verderop zag ik een lange jongen al weer van blok tot blok springen. Blijkbaar voelen meer mensen zich uitgenodigd het monument te beklimmen. Op een traditionele begraafplaats of bij een beter als zodanig herkenbaar holocaustmonument breng ik meeleven en gedenken gemakkelijk op. Ik voelde me hier echter geenszins op een begraafplaats. De abstracte verbeelding ervan had meer de uitstraling van een aardige ontmoetingsplaats. Realiseerde ik me op deze plek dat in het verleden in een paar jaar tijd zoveel onschuldige mensen waren vermoord? Eerlijk gezegd dacht ik in eerste instantie in het geheel niet aan de omgekomen joden. Ook het labyrint, wat ik volgende keer ga proberen, had me vermoedelijk vooral met mijn eigen angsten geconfronteerd, zonder dat het me aan de verschrikkingen die de joden in de Tweede Wereldoorlog hebben ondervonden, zou doen denken.

 

Ik voelde vooral de wind en de ruimte om me heen die me een gevoel van vrijheid gaven om te beleven, voelen, denken en doen wat ik wilde. Het monument bood mij de gelegenheid bewust te ervaren wat diegenen die we op die plek gedenken juist werd afgenomen; namelijk genieten van leven en vrijheid. Ik kreeg geen dwingende boodschap opgelegd, ik werd niet geconfronteerd met makkelijke platitudes over goed en fout, over daders en slachtoffers. Dat is de reden dat ik het een goed monument en een waar kunstwerk vind. Vermoedelijk zal het voor vele generaties verschillende en dubbelzinnige betekenissen hebben, en blijven boeien, irriteren, verontrusten, amuseren en doen bezinnen. Hopelijk in vrijheid.

 

RIANNE HEIJMANS is redacteur van Cogiscope.

 

 

 

Referentie: 
Rianne Heijmans | 2005
Cogiscope : tijdschrift over gevolgen van oorlog en geweld, ISSN 1871-1065 | 1 | 2 | 27-29