De jacht van de journalist op ooggetuigen en getroffenen : Het spanningsveld tussen privacy en nieuwsgaring bij calamiteiten

Cameraploegen op de Promenade des Anglais in Nice, juli 2016 (HH).> De jacht van de journalist op ooggetuigen en getroffenen Het spanningsveld tussen privacy en nieuwsgaring bij calamiteiten Wouter Jong en Ingrid van Assouw Wouter Jong is adviseur crisisbeheersing bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesterds. Ingrid van Assouw is nabestaande van de Tripoli-vliegtuigramp, tante en voogd van Ruben. In crisissituaties zijn media de eersten die op de plaats des onheils op zoek gaan naar verhalen. Met authenticiteit en exclusiviteit als het hoogste doel, onder zware tijdsdruk voor primeurs. Wouter Jong, adviseur crisisbeheersing bij het Nederlands Genootschap van Burgemeesters staat samen met Ingrid van Assouw, voogd en tante van Ruben, de enige overlevende van de Tripoliramp (2010), stil bij de impact van deze onstuitbare nieuwshonger op getroffenen en ooggetuigen. Na de aanslag op de Promenade des Anglais dit jaar in Nice kwamen RTL en NOS direct met een ingelaste nieuwsuitzending. Als kijker werd direct duidelijk dat de nieuwsredacties zich met een terugkerend dilemma zagen geconfronteerd. Want hoe duid je het nieuws, als er nog weinig informatie voorhanden is? Zeker in de eerste uren, als de informatie vanuit de overheid nog summier is, wordt steevast gezocht naar alternatieve invalshoeken. Het is dan een korte stap naar het zoeken en benaderen van ooggetuigen en getroffenen, die live vanaf de rampplek in de uitzending hun verhaal kunnen doen. Ooggetuigen Dat nieuwsmedia proberen om met ooggetuigen hun verhaal een unieke invalshoek te geven, is van alle tijden. Hans Laroes, destijds hoofdredacteur van het NOS Journaal, belichtte dit al in de nasleep van de Vuurwerkramp in mei 2000: ‘Daarnaast zijn wij tijdens de vuurwerkramp voor het eerst ook willekeurig mensen uit het telefoonboek gaan bellen. Mensen die in de buurt van de rampplek woonden zijn door onze redacteuren gebeld met de vraag om hun eigen relaas te vertellen. Een simpele vraag “wat ziet u” leidt tot een uitgebreid verhaal. Dat biedt naast de officiële berichtgeving waardevolle informatie. Zeker in het begin van een crisis, wanneer de voorlichters nog weinig durven te zeggen, leveren verhalen van ooggetuigen een goed beeld op van hetgeen er op die rampplek is gebeurd.’ Tegenwoordig worden ooggetuigen via Twitter en Facebook benaderd om hun verslag te doen. Of worden mensen ter plekke aangeklampt, ook als ze geen ooggetuige zijn maar slechts zijdelings met het voorval te maken hebben. Zoals Francisca Ravestein, destijds burgemeester van Nij Beets, vertelde over haar ervaringen, nadat daar een tandartsassistente was opgepakt die vier van haar eigen baby’s om het leven had gebracht. ‘Media stonden overal te filmen. Men klom zelfs op een ladder om in de tandartspraktijk naar binnen te kijken. Ik heb de mensen op het hart gedrukt dat niemand zich verplicht hoefde te voelen om met de pers te praten. Maar we merkten dat mensen op hun hoede waren.’ Het zijn de interviews die we dagelijks op Hart van Nederland terug kunnen zien. Ze vervullen in een behoefte van mensen die geïnteresseerd zijn in nieuws met een hoog human interest gehalte. Ook als die reportages drijven op ooggetuigen die zich onderdeel van het nieuws achten met obligate verklaringen als ‘het komt nu wel heel dichtbij’ en ‘zoiets verwacht je niet in [willekeurige plaatsnaam]’. Getroffenen In onze optiek hebben ooggetuigen en omwonenden nog een zekere keuze om onderdeel te worden van een nieuwsverhaal. Zij hebben de keuze om op straat of na een bewonersbijeenkomst de media te woord te staan, of bij de uitgang te bedanken voor de media-interesse en door te lopen. Hetgeen zij te vertellen hebben zal meestal niet hun eigen leed betreffen, waardoor de ooggetuige meestal een ‘eenmalige passant’ in het verhaal zal zijn. Dat ligt in de praktijk lastiger voor direct getroffenen en nabestaanden. Zij zijn wel degelijk onderdeel van het verhaal. Daardoor blijven de media achter hen aanjagen, ook wanneer zij duidelijk maken dat daar geen behoefte aan is. Soms kan de overheid getroffenen uit de wind houden, zeker als het gaat om bijeenkomsten die onder overheidsverantwoordelijkheid worden georganiseerd. Zoals een overlevende van de Tsunami in Zuidoost Azië vertelde naar aanleiding van een grote herdenkingsbijeenkomst in de Ridderzaal: ‘Er waren camera’s aanwezig en fotojournalisten maakten vanaf de publieke tribune foto’s van ons. Volgens de organisatie zouden ze alleen foto’s van achteren maken, maar de volgende dag stonden Marlies en ik pontificaal op de voorpagina van de Gelderlander, als “Gelderse tsunami-slachtoffers”.’ Ondanks gemaakte afspraken met de pers worden grenzen dus steeds opnieuw overschreden. Bij de nabestaandenbijeenkomst na MH17 in Nieuwegein was er meer regie. Media werden op afstand gehouden. Nabestaanden die behoefte hadden werden uitgenodigd met de media in gesprek te gaan, maar werden niet ongevraagd benaderd. Maar de overheid heeft niet alles in de hand. In veel gevallen zullen getroffenen op zichzelf aangewezen zijn om met vallen en opstaan een manier vinden om met de mediadruk om te gaan. In een emotionele fase waarin ze ‘wel wat anders aan hun hoofd hebben’ berokkent de ongewenste media-aandacht en exposure van hun privéleven vaak alleen maar meer leed. Het is voor nabestaanden en slachtoffers soms een hard gelag dat zij gedwongen worden om een modus te zoeken tussen het bewaken van hun privacy enerzijds en de behoefte van de media om ontwikkelingen in een nieuwsdossier te melden anderzijds. Ervaring na Tripoliramp Vanuit eigen ervaring hebben we gezien wat mediadruk kan doen. Door de Tripoliramp in 2010 werd Ruben in één klap zwaargewond, wees en wereldnieuws ineen. Hij had medische hulp, verzorgers en bescherming tegen de enorme aandacht nodig. Deze drie behoeften waren onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Daar waar de eerste twee behoeften gevolg van de crash waren, was de bescherming die hij nodig had tegen de media-aandacht vooral het gevolg van het feit dat Ruben als enige overleefde. Zijn ‘geluk bij het ongeluk’ werd wereldnieuws. Terwijl Libische artsen opereerden liet de Libische tv lieten beelden van hem zien, in de hoop zo in contact te komen met nabestaanden van de jongen. Het kind was zwaargewond en hierdoor niet direct herkenbaar en aanspreekbaar. Bij het zien van de beelden kreeg de familie een sterk vermoeden dat om hun neefje kon gaan. Gelijktijdig werden familieleden, die op Zaventem het gezin op zouden halen, gefotografeerd op het moment ze daar het dramatische nieuws te horen kregen. Voor een journalist van het lokale dagblad genoeg om hen als dorpsgenoten te herkennen, waarna grootmoeder werd gebeld en zij in shock haar verdriet deelde, zonder zich te realiseren dat haar emoties met de hele wereld gedeeld zouden worden. Geen weloverwogen mediastrategie van de familie, maar misbruik maken van de emotionele situatie. Binnen 24 uur wist de wereld hoe de overlevende jongen heette, wie zijn gezinsleden waren dat hij van Lego hield. Toen eenmaal bekend was dat het inderdaad om Ruben ging, werd door de media geen terughoudendheid betracht. De privacy van Ruben en zijn familie telden niet of nauwelijks in de eerste mediahype die ontstond. Telefoon-, adres- en mailgegevens van familieleden werden gehackt gestolen van (besloten) websites. Journalisten waren verontwaardigd als zij geen verhaal kregen en eisten ‘een fatsoenlijke behandeling’. CNN zond beelden uit van een standup voor het huis van het gezin. Iedereen met dezelfde achternaam werden gebeld, belaagd en kregen zelfs geld geboden voor verhalen, niet altijd onder eerlijke voorwendselen. In de weken na het ongeluk werden vakantiefoto's van een besloten blog gehaald en als fotoreportages geplaatst in buitenlandse magazines. Het blog zelf werd in media en op social media gedeeld. Ook buren verenigingen en scholen werden meermaals benaderd. De beelden op televisie brachten echter niet alleen nabestaanden op het idee zich te melden. De Telegraaf nam de kortste lijn en belde de Libische arts, die in veronderstelling dat hij familie van de jongen aan de lijn had, de telefoon aan het kind gaf. Telegraaf-journaliste Van der Graaf interviewde hem en de redactie besloot het interview 24 uur na het ongeluk ook nog op de voorpagina te plaatsen. Dit soort situaties stelt nabestaanden voor dilemma´s. Actie is reactie. Het publiceren van privéfoto’s na een ramp is enorm pijnlijk. Het kwaad is dan echter al geschied. Reageren hierop zou onbedoeld weer (media-)aandacht op kunnen roepen en juist dat is ongewenst. De Raad voor de Journalistiek ontving ruim honderd e-mails en brieven van burgers die een uitspraak van de Raad verlangen over de handelwijze van De Telegraaf. Daarnaast is de Raad in de media opgeroepen zich uit te laten over verslaggeving van drama’s als deze en daarvoor criteria op te stellen. Het bevestigt dat de handelswijze van De Telegraaf ook niet door alle media werd gedeeld. Dat de kwestie van groot belang was voor (het publieke vertrouwen in) de journalistiek bleek uit het feit dat de media in die dagen niet alleen elkaar bekritiseerden, maar ook uitleg gaven over hun eigen werkwijze. De Raad voor de Journalistiek heeft ambtshalve uitspraak gedaan over het telefoongesprek en de publicatie van foto's van Ruben. Het telefoongesprek met Van der Graaf en het publiceren hiervan werd door de Raad als een ontoelaatbare inbreuk van de privacy beschouwd. De Raad vond het publiceren van de foto’s van Ruben in het ziekenhuisbed wel geoorloofd, ‘door de uitzonderlijk grote nieuwswaarde en zeggingskracht van het beeld van de enige overlevende van de vliegramp bij Tripoli’. Ook speelde mee dat de foto's al op Internet te zien waren. Ongelijke strijd Uiteindelijk ligt na rampen en crises een strijd tussen professionele media en nabestaanden op de loer, omdat nabestaanden ongevraagd en onvoorbereid onderdeel worden van een rampverhaal. Deze strijd is ongelijk. Het is een strijd tussen getraumatiseerde mensen versus de media en balanceert tussen de emotionele verwerking van een ramp, maatschappelijk belang en commercieel gewin. De regie houden in die strijd is de beste schadebeperkingstactiek. Professionele ondersteuning is hierin echter noodzakelijk. Pas dan wordt het weer een belangenafweging op gelijkwaardig niveau. Naar aanleiding van Tripoli is de les voor de familie dat in gesprek blijven en regie houden uiteindelijk het beste werkt voor nabestaanden. De meest praktische hulp kwam in dat opzicht van een woordvoerder, door de burgemeester van Tilburg aan de familie ter beschikking gesteld. Hij stond namens de familie de pers te woord en legde steeds opnieuw uit dat het hun keuze was geen nieuws te delen. Dat hij het gesprek aanging en niet slechts afwees, creëerde begrip bij de media. Het menselijk leed kwam in persoonlijke gesprekken met journalisten zelf, in balans met hun honger naar nieuws. Ook journalisten bleken zich te kunnen identificeren in de vraag: 'wat als het jouw kind was'. In het kader van regie houden is een jaar na het ongeluk gekozen om via het ANP een eenmalig interview te geven. Er werd tegemoetgekomen aan de wens van media om een ´update´ van het nieuws te krijgen, zonder de privacy aan te tasten. De strekking was ‘het gaat goed en dank dat u ons met rust laat’. Met een foto waarop Ruben - samen met de andere kinderen van het gezin waarin hij was opgenomen - vanaf de rug te zien is. Onherkenbaar en symbolisch. Aanhakend op de behoefte aan human interest. Wereldnieuws, maar onder eigen regie. Dilemma´s over en weer Een dergelijk geregisseerd verhaal levert voor media een nieuw dilemma op. Want waar zit de nieuwswaarde, als een verhaal via het ANP naar alle media tegelijkertijd wordt gestuurd? Het maatschappelijk belang is hiermee gedekt. De commerciële strijd neemt het niet weg. De jacht naar primeurs of persoonlijke verhalen zal blijven bestaan. Mocht er in de toekomst een vliegtuig crashen waarbij slechts één overlevende is, zal ook Ruben worden gezocht en gevonden door journalisten die hem als ‘ervaringsdeskundige’ willen spreken. Net zoals de Nederlandse Annette Herfkens, in 1992 sole survivor van een crash in Vietnam enkel uren na de ramp in Tripoli werd gebeld met het verzoek om commentaar. Herfkens was tot op die dag bewust uit de aandacht van de media gehouden en gebleven, wat dus blijkbaar geen garanties geeft. Herfkens koos er uiteindelijk voor na 18 jaar een eerste interview op de (Amerikaanse) televisie te doen en pleitte ervoor om de jongen veilig en anoniem op te laten groeien, zodat hij later in staat zou zijn zelf de regie over zijn verhaal en zijn leven te nemen. De les van Herfkens laat zien dat de mediadruk onderdeel van Rubens leven blijft. De familie begrijpt het, maar is het er niet mee eens. Maar blijkbaar is het ‘part of the deal’ na het overleven van een vliegtuigcrash. Of je wilt of niet.

Referentie: 
Wouter Jong, & Ingrid van Assouw | 2016
In: Cogiscope : tijdschrift over gevolgen van schokkende gebeurtenissen, ISSN 1871-1065 | 13 | 3 | oktober | 2-5
https://oorlog.arq.org/sites/default/files/domain-50/documents/cogisscope-03-2016-50-14888878771042654996.pdf
Trefwoorden: 
crisisbeheersing, getroffenen, journalistiek, media, nabestaanden, privacy, rampen, verwerking, vliegrampen