Resilient control : Neural emotion-regulatory circuitries predicting acute and long-term stress-responses

Ons vermogen om onze reacties op emotionele gebeurtenissen te reguleren is cruciaal voor adaptief sociaal-emotioneel gedrag. De positieve en negatieve gebeurtenissen die we meemaken genereren automatische neigingen om deze situaties te benaderen of te ontwijken. Echter, om onze doelen te bereiken moeten we soms voorbijgaan aan deze neigingen. Denk bijvoorbeeld aan een collega die je aankijkt met een boze blik. De eerste neiging die je waarschijnlijk voelt is om deze persoon te ontwijken. Om goed samen te blijven werken, is het echter waarschijnlijk beter om deze automatische neiging te controleren en in plaats daarvan je collega te benaderen om een gesprek aan te gaan over waarom hij of zij boos is op jou. Op dezelfde manier zijn er veel situaties waarin het beter is om niet toe te geven aan onze automatische neiging om mensen of zaken te benaderen die ons een goed gevoel geven. Een recent voorbeeld gedurende de covid-19 pandemie is het ontmoeten van een familielid na een tijd van sociale isolatie: we voelen de neiging om elkaar te omhelzen, maar om gezondheidsrisico’s zo laag mogelijk te houden, zijn we in staat om deze neiging te beheersen en afstand van elkaar te houden.

 

Het reguleren van onze automatische emotionele reacties is met name van belang wanneer we proberen om te gaan met stressvolle of uitdagende situaties. De overkoepelende vraag van dit proefschrift was of de mate waarin we onze automatische reacties kunnen controleren samenhangt met individuele verschillen in stressgevoeligheid. Het grote Police-in-Action onderzoek stelde me in staat om deze vraag te beantwoorden binnen een groep politieagenten aan de start van hun carrière, die een hoog risico lopen om blootgesteld te worden aan traumatische ervaringen. Bij dit onderzoek werden deelnemers twee keer getest: eenmaal voor een periode met een hoog risico op traumatische gebeurtenissen (pre-trauma) en eenmaal na deze periode (post-trauma). Ik heb hierbij met name gebruik gemaakt van functionele MRI, een techniek om toename en afname in hersenactiviteit gedurende het uitvoeren van een taak in kaart te brengen. In deze thesis staat één specifieke taak centraal: de toenadering-vermijding taak (approach-avoidance task).

 

Tijdens deze taak zien deelnemers blije en boze gezichten op een scherm, terwijl ze in de MRI-scanner liggen. Het doel is om zo snel mogelijk op deze gezichten te reageren door een joystick van je af (vermijden) of naar je toe (benaderen) te bewegen. Het benaderen van blije gezichten en het vermijden van boze gezichten is in overeenstemming met onze automatische neigingen. De tegenovergestelde bewegingen, het benaderen van boze gezichten en het Nederlandse samenvatting A vermijden van blije gezichten, vergen controle over onze emotionele acties en kosten daardoor meer moeite. Dit zien we terug in de snelheid waarmee mensen reageren, de hoeveelheid fouten die ze maken en het patroon van hersenactivatie. Ik begin deze thesis met een literatuurstudie over dit onderwerp (hoofdstuk 2). Daarna beschrijf ik twee onderzoeken die ik heb uitgevoerd met de gegevens die we hebben verzameld bij de eerste (pre-trauma) test-sessie (hoofdstuk 3 en 4) en die de basis vormen voor twee studies over de veranderingen over tijd, pre- en post-trauma (hoofdstuk 5 en 6). 

Reference: 
Reinoud Kaldewaij | 2021
ISBN : 978-94-6284-239-7 | 204 pagina's | [Nijmegen] : eigen beheer
https://hdl.handle.net/2066/227912
Proefschrift van Radboud Universiteit Nijmegen